management

 

dit artikel wordt mede mogelijk gemaakt door
facilitaire vakbeurs online
nog nooit wat adverteren zó doelgericht en zó lang houdbaar!
365 dagen per jaar/24 uur per dag.


voor presentatie klik op plaatje.....
(1107-01)

voor het artikel in het Nederlands klik op onderstaand plaatje

'wat u nu vraagt, kan niet'

door inga van uchelen van fmn/fmi
mede mogelijk gemaakt door facilitaire vakbeurs online



















management

'Wat u nu vraagt, kan niet'

door inga van uchelen van fmn/fmi
mede mogelijk gemaakt door facilitaire vakbeurs online



(foto NFP Photography - Pieter Magielsen)

Gelijkwaardige uitdaging voor facilitaire leveranciers

  Inhoud  
     
  Inleiding
1. Deelnemers aan de rondetafel
2. FM gemarginaliseerd
3. Best value procurement
4. Waar erger je je nog aan?
5. Intermediairs
  Colofon bij deze webpagina
  Diverse Codes Verantwoordelijk Marktgedrag

top pagina mede mogelijk gemaakt door: index


Een facilitaire cao, constructieve arbeidsverhoudingen, de politiek en de deskundigheid van de facility manager. Een rondetafelgesprek over de Code Verantwoordelijk Marktgedrag voor niet alleen schoonmaak, maar ook voor catering, groenvoorziening en beveiliging.

Na de historische schoonmaakstakingen in het eerste kwartaal van 2010, opgezet om cao-eisen kracht bij te zetten, realiseerden vertegenwoordigers van werkgevers, werknemers en opdrachtgevers, én opdrachtgevers zelf (NS, Schiphol, Rijksoverheid) de Code Verantwoordelijk Marktgedrag Schoonmaak- en Glazenwassersbranche. Sinds enige tijd is er een zogenaamde brede codecommissie die zich bezighoudt met de verbreding van de code naar andere facilitaire sectoren. Een rondetafelgesprek onder leiding van Kees Blokland (codecommissie) met: Lisanne Hendrix (CSU, FMN), Hayk Simons (Atir, brede codecommissie), Hans Simons (OSB), Jet Linssen (FNV), Frans Slingerland (UWV, brede codecommissie).
DezeTekstIsVanLeoHooijmansGalileoNoordwijkFacilitaireInformatieOnline
De Code Verantwoordelijk Marktgedrag voor de schoonmaak- en glazenwassersbranche staat en wordt toegepast. Prijsdumping is gestopt, maar we hebben ook nog het nodige niet gerealiseerd. Zo is er de ambitie om de code te verbreden naar andere facilitaire diensten. Wat moet er wat jullie betreft nu echt - alsnog - aangepakt worden?
Linssen: ‘Naleving, naleving, naleving. Ik heb nog nooit een uitnodiging van een werkgever gehad om te praten over arbeidsomstandigheden, vóórdat schoonmakers in actie waren gekomen. Het zijn nog steeds de schoonmakers zelf die zaken aankaarten waardoor deze verbeterd worden. Zorg er nou voor dat aan dat die communicatie, die in de code wel wordt benoemd, daadwerkelijk vorm wordt gegeven.’
Hayk Simons: ‘Dat herken ik. De code heeft zeker effect gehad. Er is beweging, maar er zijn nog altijd opdrachtgevers, leveranciers en intermediairs die zoeken naar ruimte. Verder zie ik dat het ook in de catering – zonder code – beter is geworden. Het gaat niet om regels alleen, maar vooral om wat wil je met elkaar? Wat is je intrinsieke motivatie? Kun je integer zaken doen?’
Hans Simons: ‘Toch zie ik verbetering. Jaren geleden was nog sprake van een soort perspectiefloosheid: "Het zal wel veranderen." De code heeft vrij snel displinerend gewerkt. En nu is de kunst om vanuit die code te kijken naar constructievere arbeidsverhoudingen. Met normale aanbestedingen, normale contractwisselingen en normale gesprekken tussen werkgevers en werknemers. ‘Ook bij de achterban – zoals bij OSB en VMS – is normering ontstaan. Zo hebben wij 150 leden verloren omdat we de code vertaald hebben naar het OSB Keurmerk.’
Slingerland: ‘Wat mij bezighoudt is wat het voor mij als opdrachtgever betekent als iemand een dienst voor mij verricht. Het gaat mij om het gezicht achter die dienstverlening. Zo komt er meer nadruk op arbeids-omstandigheden dan op arbeidsvoorwaarden. We willen de menselijke maat terug en daar ben ik bereid in mee te gaan.’
Blokland: ‘Veel van jouw collega’s zijn nog niet zo ver.’
Slingerland: ‘Dat zie ik ook, veel bedrijven willen nog steeds zo goedkoop mogelijk. Maar op het moment dat de arbeidsomstandigheden beter zijn, op het moment dat schoonmakers weten wat hun toegevoegde waarde is, dan krijg je opwaartse druk in de waardeketen. Dan wordt schoonmaak geen kostenpost, maar overheerst wat schoonmaak toevoegt aan mijn bedrijf. Zo zorgde een negen weken durende staking op ons hoofdkantoor voor een onacceptabel hoog ziekteverzuim. Dan ga je vanzelf anders naar schoonmaakdienstverlening kijken.’
Hendrix: ‘Ik denk dat de code krachtig is neergezet om de neerwaartse prijsspiraal tegen te gaan. Maar de aanbesteding is één ding; daarna volgt contractbeheer en dan gaat het om partnerschap. Hospitality neemt in de facilitaire dienstverlening toe en daarmee de eigenwaarde van de medewerkers. Op de panden waar wij die meerwaarde mogen leveren, wordt een eventueel probleem opgelost in plaats van dat de zwarte piet wordt toegespeeld. Dat is de basis voor gezonde arbeidsomstandigheden.’


top pagina mede mogelijk gemaakt door: index

De deelnemers aan de rondetafel
Hayk Simons - Atir/HTC Frans Slingerland - UWV Lisanne Hendrix - CSU
Kees Blokland - Code Verantwoordelijk Marktgedrag Jet Linsen - FNV Hans Simons - OSB

top pagina mede mogelijk gemaakt door: index

FM gemarginaliseerd
Hans Simons: ‘Waar het vooral aan ontbreekt, is een volwassen verhouding tussen de opdrachtgever en de facilitair medewerker. Tegelijkertijd ontbreekt het bij de opdrachtgever tegenwoordig vaak aan deskundigheid. FM is gemarginaliseerd. Een gesprek tussen de vakinhoudelijke deskundige van de opdrachtgever en de cateraar of het schoonmaakbedrijf, vindt nauwelijks plaats. Dat is de reden dat makelaars een kans hebben gekregen. Elders in Europa kennen we die functie nauwelijks.’
Hayk Simons: ‘Er is ook nog een ernstige mate van ontevredenheid bij de opdrachtgever die gebrek aan overleg en gebrek aan gelijkwaardigheid ervaart. Dat is een grote uitdaging voor leveranciers; dat ze ook op momenten zeggen: “Dit kan niet wat u nu vraagt.”’
Slingerland: ‘Ik mis de vertaalslag van het verkopen van een dienst, naar: Wat voegt die dienst nou toe? Als iemand mij duidelijk kan maken dat een dienst tot een upgrading van mijn organisatie leidt, dan sta ik open voor discussie.’
Hans Simons: ‘Het gaat om partnerschap, maar ik moet de opdrachtgever nog zien waar FM één keer per maand op de directieagenda staat. Dat hoort een kernpunt te zijn. Hoe gaat het met de uitbestede diensten? Hoe doen we het? Pas als je dat agendeert, zal het doorwerken in de organisatie.’


top pagina mede mogelijk gemaakt door: index

Best value procurement
Hendrix: ‘Tegelijkertijd zie ik een contrabeweging in de opkomst van best value procuremenet (BVP, red.) (Meest Waardevolle Aankoop, digitale redactie). Er ontstaat een omgekeerd spel: Hoeveel gaan we erin stoppen voor dezelfde prijs? Laten we het risico beperken dat we weer dezelfde kant op gaan.’
Slingerland: ‘Dat risico is aanwezig en daarom moet de hele keten omhoog. De code is de aangewezen methode. We moeten beginnen bij de onderkant. Als je dat doortrekt naar BVP, dan ben je op zoek naar een partij die jou aanvult, aan wie je niet hoeft te leggen wat je wilt. Ik snap niet dat sommige inkopers dat niet door hebben. De winst die je daarmee behaalt, weegt op tegen de kosten.’
Blokland: ‘Met die boodschap moeten we naar opdrachtgevers. Je moet het als opdrachtgever willen. We hebben op dat vlak nog veel meters te gaan.’
Linssen: ‘Maar iedereen bezuinigt. En dan is het ook nog zo dat schoonmakers niet meer voor een 9 maar voor een 6 moeten schoonmaken. Terwijl zij liever kwaliteit leveren.’
Hendrix: ‘Bezuinigen hoeven geen probleem te zijn, behalve als je dezelfde kwaliteit wilt. De boodschap moet zijn: “Ok, het kan voor minder, maar dan is dit het eindresultaat”. Communicatie is heel belangrijk, ook naar de eindgebruiker en de medewerkers.’
Blokland: ‘Mijn prioriteit is vakmanschap. Dat is ook een boodschap richting FMN. Het tweede punt waar ik aan wil werken is de HR-kant. Neem de aanpak van preventieve bedrijfsgezondheidszorg, zoals bij KLM, Unilever en NS, daar is in de facilitaire branche nog veel te winnen. Ten slotte wil ik met bobo’s in de politiek het debat aangaan over aanbesteden. Nu we aan het verbreden zijn, hebben we daar een sterkere positie.’


top pagina mede mogelijk gemaakt door: index

Waar erger je je nog aan?
Hayk Simons: ‘Het meten met twee maten. Men zoekt naar de grenzen van de regels. Ook hier geldt weer wat ben je werkelijk waard, waar sta je voor; is je gedrag (commercieel) situatiegebonden of heeft een vaste herkenbare waarde. Als het op het verkrijgen van een contract aankomt, wordt er soms toch nog gedoken en gemanipuleerd om een opdracht te krijgen. Men zegt dan wel: “We werken volgens de code”, maar ondertussen wordt het situationeel uitgelegd.’
Hans Simons: ‘Toch is er wel iets veranderd. Toen ik begon, was er geen schoonmaakbedrijf dat bij een aanbesteding zei: “Ik doe niet mee.” Nu wel. Schoonmaakbedrijven laten vaker aanbestedingen lopen bijvoorbeeld omdat er geen innovatie mogelijk is. Dat vind ik een kenmerkende verandering en dat is geen uitzondering. Mijn grote zorg is, hoe vinden al die mensen aan de onderkant van de komende jaren werk in Nederland?’
Hendrix: ‘Die discussie wordt op kleine schaal gevoerd door de regelgeving rondom social return on investment, de maatschappelijke investering die we als facilitair dienstverlener moeten doen. We moeten SW-medewerkers aannemen, maar als gevolg daarvan vaste medewerkers ontslaan. Zij komen vervolgens in de WW.’
Linssen: ‘Dat is het rondpompen van mensen en daarover zijn we in discussie met de lokale politiek. Hoe houd je die groep binnen? En erkennen we dat er ook een groep allochtone medewerkers is die via de onderkant van de arbeidsmarkt instroomt, kan integreren en kan doorgroeien op de arbeidsmarkt? Láten we ze doorgroeien?‘ Ik zie dat men het ingewikkeld vindt om met schoonmaakmedewerkers te praten, maar het zijn ook gewoon mensen die aandacht en een compliment willen. Werkgevers en opdrachtgevers willen te krampachtig grip houden. Ik hoorde laatst over een verzorgingshuis waar men het aan de schoonmaakmedewerkers en de bewoners overliet om te bepalen wat moest worden schoongemaakt. Dat is pas partnerschap.’
Slingerland: ‘We moeten minder focus leggen op operational excellence, want het vastleggen van allerlei regels en activiteiten leidt tot een programma dat volstrekt is uitgecalculeerd.’
DezeTekstIsVanLeoHooijmansGalileoNoordwijkFacilitaireInformatieOnline

top pagina mede mogelijk gemaakt door: index

Intermediairs
Hayk Simons: ‘Vroeger overheerste bij veel intermediairs de gedachte: “Hoe sneller we aantonen dat er slecht werk wordt geleverd, hoe sneller we opnieuw kunnen aanbesteden.” Het moet niet zo zijn dat we beter worden van fouten. Gelukkig zijn er steeds meer intermediairs die daar netjes mee omgaan. Het meten van kpi’s moet gebeuren om te stimuleren en de samenwerking tussen leverancier en opdrachtgever te optimaliseren en daarmee het resultaat. De Vereniging van Makelaarskantoren in de Schoonmaakdienstver-lening (VMSW, red.) werkt onder andere met een erkenningsregeling hard aan een nog gezondere branche.’
Slingerland: ‘Mijn aanbeveling is: laten we beginnen met de vraag welk belang je dient? Hoe komen we samen tot het beste resultaat? Een schone klantzone in een UWV-kantoor kan agressie dempen, een schoon gebouw is dus ook een veilig gebouw. Als het schoonmaakbedrijf dát begrijpt, dat wat hij doet, bijdraagt aan de dienstverlening van UWV, dan kom je tot een integrale benadering. Ik heb gemerkt dat dat gesprek nauwelijks plaatsvindt.’
Hayk Simons: ‘Wij gaan samen met SVS een opleiding Hospitality verzorgen om dat vakmanschap op orde te krijgen. Vanaf dat moment ga je toegevoegde waarde bieden.’
Hendrix: ‘FMN is nog te weinig aangehaakt. Nu de code bezig is met een verbreding is het noodzakelijk dat wel doen.’
Blokland: ‘In alle facilitaire branches speelt hetzelfde probleem. Ook in de schoonmaak zijn er nog steeds handige jongens die naar de code praten, getekend hebben, en toch tussen de mazen van het net opereren. Daar kan ik me ontzettend aan ergeren.’
Linssen: ‘Hetzelfde geldt voor opdrachtgevers. Ze beweren het goed te doen, maar ondertussen verblijven de schoonmakers in de kelder waar nog asbest aanwezig is. En de opdrachtgever verschuilt zich achter zijn intermediair.’

De overheid heeft over diensten inbesteden, terwijl uitbesteden een maatschappelijk gegeven is. Hoe kijken jullie naar die discussie?
Hans Simons: ‘Er heerst in de politiek veel misverstand over vast en flexibel werk. De procentuele omvang vaexwerk wordt overschat. Ik heb geprobeerd dat weg te nemen. Niemand realiseert zich dat maar 5 tot 8 procenexibele schil is. Tachtig procent is in vaste dienst. Dat wordt volledig miskend.
‘Iets anders wat de politiek volledig mist, is de professionele ontwikkeling in de facilitaire dienstverlening. Er wordt nog steeds gedacht dat het een rotzooitje is. Daar komt ook die klassieke reflex – de passage over het inbesteden van de schoonmaak – in het sociaal akkoord vandaan. Alsof het allemaal drama en ellende is. Ze vergeten dat er ook problemen bij de overheid waren. Er ligt nu een brief bij het kabinet en ik ben optimistisch dat een verantwoorde lijn wordt gekozen.’
Blokland: ‘Mijn standpunt sluit daarop aan: zorg voor professionaliteit rondom de uitbestede situatie. Dat die beter wordt.’
Slingerland: ‘Ik kreeg bijna de indruk dat in de politiek het idee leefde, dat door te gaan inbesteden er vier duizend banen gecreëerd zouden worden. Maar die banen worden nu ook al bezet! De overheid moet zich beseffen dat er geen verdringing mag plaatsvinden.’Linssen: ‘Laat als schoonmaakbedrijf zien dat je een professionele markt bent. Als je het goed doet, en je je medewerkers niet door de gangen jaagt, zal vaak blijken dat uitbesteden effciënter is dan inbesteden.’

Er is nog veel neiging tot een gesegmenteerde benadering van de facilitaire markt. Zou een grensoverschrijdende facilitaire cao zinvol zijn?
Hendrix: ‘Ik zie in zekere zin toegevoegde waarde, daar waar meerdere diensten worden aangeboden.’
Slingerland: ‘Ik ben positief gestemd om daarover in discussie te gaan. Qua professionaliteit biedt het medewerkers potentie om stappen te maken en niet alleen in eigen kolom. Dat kan voor mij als opdrachtgever handig zijn.’
Hayk Simons: ‘Ga je niet voorbij aan specialisme wat je nodig hebt in beveiliging, catering en schoonmaak? De taken zijn zo divers, er zijn andere competenties nodig. Bovendien hebben medewerkers die in andere branches willen werken nu ook die mogelijkheden.’
Linssen: ‘Precies. Wat mij betreft moeten werkgevers het eerst maar eens gaan doen. Geef eerst het normale hrm-beleid vorm, dan los je het technische probleem zoals een cao vanzelf wel op. Begin met een functioneringsgesprek, dan komen de wensen van medewerkers vanzelf wel naar boven. Een cao volgt, in plaats van dat hij initieert.’
Slingerland: ‘Alleen al het feit dat we het bespreekbaar maken, betekent dat we het in de breedte gaan bekijken. Dat hoeft niet te leiden tot nieuwe cao, maar het roept wel iets op. Het geeft ruimte voor het denken buiten de eigen kolom.’
Hendrix: ‘Operationeel gebeurt het bij ons al. Wij hebben medewerkers die overdag zorgmedewerker zijn en ’s avonds schoonmaken'.

Reflecterend, wat wil je meegeven?
Hans Simons: ‘Ik word bevestigd dat we met de code een zinnige bijdrage hebben geleverd aan het debat en aan betere arbeidverhoudingen. Als het gaat om doorontwikkeling, dan ben ik er een vurig pleitbezorger van dat zoveel mogelijk sectoren - catering, beveiliging, groenvoorziening - een eigen code ontwikkelen. Los van die sectorcodes, moeten we een clubje mensen hebben dat strategisch nadenkt over nieuwe vormen van mobiliteit en over de arbeidsmarkt. Een groepje mensen met kennis van verschillende sectoren, die kunnen bijdragen aan de politieke agenda.’
DezeTekstIsVanLeoHooijmansGalileoNoordwijkFacilitaireInformatieOnline
Slingerland: ‘Ik deel je ambitie om het momentum van de code te gebruiken om deze breder in te zetten en daar is nu ruimte voor. Ik hoop dat partijen de gezamenlijkheid op zoeken. De discussie over mobiliteit aan de onderkant van de arbeidsmarkt vind ik hoog gegrepen. Zijn we daartoe in staat?’
Hayk Simons: ‘Wat ik interessant vind is dat de code zijn werk doet. Volgens mij moeten we veel van dit soort bijeenkomsten organiseren en publiciteit opzoeken. Vooral vanuit best practices. Zoek de goede voorbeelden op. En áls je een gele kaart geeft, doe dit dan op basis van onderzoek en blijf met elkaar praten.’
Linssen: ‘De code moet inderdaad geen plek worden waar men klachten neerlegt of een instrument dat de toepassing ervan onderzoekt. Laat schoonmaakbedrijven en opdrachtgevers dat zelf maar aantonen. Voor je het weet, is de code juridisch bezig en dat moeten we niet hebben. Een gele kaart is prima, maar niet maandelijks en meer als exemplarisch voorbeeld van de code als moreel beroep op de markt.’
Hendrix: ‘De code zou verbreed dezelfde kracht moeten hebben. En niet alleen bij een aanbesteding, maar in het hele traject daarna. Dan bereik je commitment bij alle partijen.’
Blokland: ‘In elk geval is een duidelijke aanbeveling, los van de regels en de cao: dat er meer en gerichte aandacht moet zijn voor het goede gesprek, over functioneren en ontwikkeling met de schoonmakers, dat is een mooie invulling van respect.’


top pagina mede mogelijk gemaakt door: index

Colofon bij deze pagina
Bovenstaand artikel stond in Facility Management Informatie (okt. 2013)
Door leo@hooijmans-noordwijk.nl vertaald van .pdf naar .html.
De originele tekst is van Inga van Uchelen van FMN/FMI.
De foto's zijn gemaakt door Pieter Magielsen van NFP Photografy.


top pagina mede mogelijk gemaakt door: index

Voor diverse Codes Verantwoordelijk Marktgedrag kijk naar :
blijvend van waarde - bidbook 2011 facilitaire dienstverlening
door osb, veneca en nederlandse veiligheidsbranche
mede mogelijk gemaakt door facilitaire aanbieders online
gedragscodes vastgoedsector

door nevap en rics
mede mogelijk gemaakt door facilitaire aanbieders online
code verantwoordelijk marktgedrag
schoonmaak en glazenwassersbranche
door de commisie code verantwoordelijk marktgedrag
mede mogelijk gemaakt door facilitaire informatie online

DezeTekstIsVanLeoHooijmansGalileoNoordwijkFacilitaireInformatieOnline
Dit document niet uitprinten, aub. Denk aan het milieu en uw onkosten.
Wilt u het nog een keer lezen maak een bladwijzer (favoriet).
Wilt u het artikel door een ander laten lezen, stuur een link door.

door inga van uchelen van fmn/fmi
mede mogelijk gemaakt door facilitaire vakbeurs online

facilitaire vakbeurs online
nog nooit wat adverteren zó doelgericht en zó lang houdbaar!
365 dagen per jaar/24 uur per dag.


voor presentatie klik op plaatje.....
(1107-01)
facilitaire-informatie-online.nl ©
ingevoerd op 5 november 2013

het laatst gewijzigd op 5-11-2013
voorwaarden voor gebruik/bezoek van deze website: klik hier....
(de kleine lettertjes, maar dan iets groter)