«« arbo & gezondheid


Licht


deze informatie wordt u aangeboden door leo hooijmans, lid van fmn
mede mogelijk gemaakt door facilitaire aanbieders online


(foto dreamstime)

Goed licht is van groot belang!

Werken op kantoor is informatieverwerking. Voor de meeste informatieverwerking moet je kunnen zien. Men kan alléén zien als er licht is. Licht is dus van het grootste belang voor kantoorwerk. Goed licht moet op het prioriteitenlijstje staan van iedere kantoorbouwer en/of opdrachtgever/gebruiker. Licht staat veelal wel op het prioriteitenlijstje, maar dan meer in het ‘licht’ van de sfeervorming, de kostenbesparing en vanuit milieu-overwegingen.

In grote lijnen kan men twee soorten licht onderscheiden. Daglicht en kunstlicht. Licht hebben we nodig om te kunnen ‘zien’ en de laatste jaren blijkt uit onderzoeken dat we licht ook nodig hebben voor ons ‘welbevinden’. Daglicht kunnen we voor het ‘zien’ en moeten we voor het ‘welbevinden’ in huis (kantoor) halen. Kunstlicht gebruiken we tot nog toe alléén nog maar voor het ‘zien’.

Goed licht is voor kantoorwerk altijd al een voorwaarde geweest om probleemloos te kunnen werken. De laatste decennia heeft de automatisering het veel moeilijker gemaakt omdat beeldschermwerk en licht twee zaken zijn die met elkaar in conflict kunnen zijn.
Om nu even duidelijker te worden splits ik even het ‘licht om te zien’ en het ‘licht voor het welbevinden’ even op en begin met het ‘licht om te zien’.
leoleo
Licht om te zien
Heel kort moet ik even technische uitleg geven. Licht wordt gemeten in diverse meeteenheden. De meest bekende en besproken lichteenheid is de lux-eenheid. Dit is de lichtinval op een bepaald object. Deze lichtinval kan van een diversiteit van lichtgevende zaken komen. Bijvoorbeeld de zon, een kaars, een lamp of een object dat het licht van ander lichtgevende bron reflecteert. Deze uitval van licht wordt gemeten in lumen. Er zijn er ook nog andere meeteenheden maar laten we ons hier maar beperken tot lux en lumen, want dat is op zichzelf al moeilijk genoeg. Het eerste probleem is al dat een bepaald aantal uitgaande lumen van één lamp niet altijd de binnenkomende lux op één object bepaald. Zonlicht (direct en/of weerkaatsend van een licht oppervlak) verhoogt het luxgetal van lamplicht. De afstand van de zon is op een object van minder belang omdat deze toch al zeer ver wegstaat. (zomer-winter is natuurlijk wel een verschil) Bij de lamp is de afstand naar het object wel van groot belang. Een lamp die uitstekend voldoet in een plafondhoogte van 2500 mm schiet tekort in een plafondhoogte van 5000 mm. U moet er rekening mee houden als de afstand verdubbeld u vier maal zoveel lumen moet uitzenden om hetzelfde resultaat te bereiken. Dit geeft ook een probleem bij het op verschillende hoogten werken in een ruimte. Een schoonmaker die vloer schoonmaakt heeft op de vloerhoogte een ander lux-getal, dan een zittende kantoormedewerker op de ca. 750 mm bureauhoogte of een staande kantoormedewerker op een hoogte van ca. 1100 mm. Bij een goede verlichting voor de bureauhoogte wordt de luxwaarde voor het vloerwerk waarschijnlijk te laag en voor staand werk waarschijnlijk te hoog. (Wat schrijf ik nou: ‘te hoog’? Hier kom ik later op terug!!)

Bij de meest geijkte meetmethoden werkt men met meters. De mens is echter geen geijkte meter, maar ieder mens is (gelijkwaardig maar) verschillend. Een groot verschil in lichtbeleving ligt ook aan de leeftijd van de persoon. Als een kind van 10 jaar bij een bepaalde lichtsterkte uitstekend kan lezen (bijvoorbeeld 100 lux) heeft een 40-jarige drie maal (300 lux), een 50-jarige zes maal (600 lux) en een 60-jarige 15 maal (1500 lux) nodig om met dezelfde inspanning te kunnen lezen! Het zijn meestal de procuratiehouders tussen de 30 en 45 jaar die in een project de beslissing nemen over het algemene verlichtingsniveau. Deze leeftijdsgroep hoor je niet bij een algemeen verlichtingsniveau van 300-500 lux zoals sommige instanties vastleggen in hun basispakket. Je moet er wel rekening mee houden dat dit voor een 40-jarige genoeg kan zijn, maar dat het voor een 50/60-jarige tekort is.

Waar zit nu het probleem?
De meeste negatieve reacties over licht gaan gepaard met de uitdrukking dat er te veel of te weinig licht is. Als het licht uit is of er is te weinig licht kan ik me daar iets bij voorstellen. Één van de twee lampen van een armatuur losdraaien, omdat er te veel licht is, kan mij echter niet bekoren. 600, 1000, 2000 lux is te veel licht? In de volle zomerzon is het 100.000 lux. In de schaduw van een boom is het dan altijd nog 10.000 lux. Toch kunt u met gemak in de schaduw van die boom een boek lezen.
Het probleem is dus niet de lichthoeveelheid, maar de contrasten die het soms oproept. Het beste voorbeeld van een frustrerend lichtcontrast is het groot-licht van de auto in de volledige duisternis van een landelijke omgeving zonder andere verlichting. Als de lichtopbrengst van de autolampen nog nauwelijks op een luxmeter te meten is, wordt u door het contrastverschil met de donkere omgeving gedwongen uw ogen bijna dicht te doen. Dit grote contrastverschil kunnen wij niet onderdrukken. Kleinere contrastverschillen wel. Daar zit dus ook het probleem. Van nature uit kunnen we contrastverschillen temperen en tijdelijk negeren. Dit brengt echter voor de ogen een grote inspanning mee. Bij weinig mensen gaat dit bijna zonder problemen langs hen heen. Andere hebben er direct of later op de dag last van in de vorm van hoofdpijn en vermoeidheidsverschijnselen.

Als je het blikveld van de mens (135°) bekijkt (in horizontale en in verticale richting) valt ongeveer 30% in het directe zichtveld en 70% in het indirecte zichtveld. Binnen die 30% mag het contrast niet groter zijn dan 1:3. Bij het overige deel van het gezichtsveld mag de contrastverhouding niet groter zijn dan 1:10. Daar moet u niet alleen direct licht bij bedenken, maar juist de weerkaatsing van licht speelt hier een rol. Een bureaulamp die op het bureau een luxwaarde van 1000 inbrengt wordt via wit papier weerkaatst met ca. 75% en bijvoorbeeld via een zwart bureaublad met ca. 5-10%. Hier ontstaat dan al een verhouding die ver boven de 1:3 staat. Lampen die een gebundelde lichtstraal hebben komen altijd boven een verhouding 1:10 uit. Leuk voor sfeerverlichting, maar slecht voor werkverlichting. Ongelooflijk dat bureaulampen nog steeds met halogeenstralers worden uitgerust. Maar niet alleen op het bureau. Ook aan de wand of het plafond, met name aan de rand van ons zichtveld zijn grote contrastverschillen van halogeenspotjes en/of reflecties een letterlijke doorn voor het oog.

De oplossing!
Heb oog voor de contrastverschillen. U kunt hiervoor goede meetapparatuur aanschaffen of metingen laten verrichten. Een goedkope maar goede oplossing is ook om de ogen bijna geheel te sluiten en door de oogharen naar de werkomgeving te kijken. Als u het probleem onderkend kunt u de knelpunten al snel vinden. Zorg in ieder geval dat u nooit rechtstreeks tegen een lamp kijkt. Vooral bij TL-verlichting komt het nog steeds veel voor dat het rooster dat onder de TL gemonteerd zit maar éénzijdig afschermt. Voor iets meer geld krijgt u een rooster, dat de lamp goed afdekt en het licht meer verstrooid. Let ook vooral op weerkaatsingen van licht. Een armatuur dat in een beeldscherm weerkaatst geeft ook de frustratie dat het contrastverschil groter is dan 1:3.
Draag zorg dat de meubelen zo staan opgesteld dat het dag- en kunstlicht elkaar ondersteunen en niet kruisen. Draag zorg dat het licht op uw papieren en computer leeswerk in horizontale richting langs uw gezichtsveld weerkaatst en niet in verticale richting indirect in uw ogen. Ook hiervoor is een handig hulpmiddel in de vorm van een spiegel op ca. A-4 formaat te gebruiken. U legt deze spiegel op uw bureaublad en/of toetsenbord en als u daarin direct een lichtbron ziet spiegelen zit u niet goed met uw verlichting. Op de problematiek van het goed opstellen van een beeldschermwerkplek ga ik hieronder dieper in.

Licht voor het welbevinden
Hierboven is de nadruk vooral gelegd op het ‘zien’ en de ‘lichtbeleving’. Zien heeft hoofdzakelijk te maken met de reflectie van het licht op de te aanschouwen objecten (informatie). Er is van teveel licht nooit sprake, maar het probleem zit hem bijna altijd in de contrasten van de informatie en/of direct licht in het zichtveld.
Nieuwe inzichten met betrekking tot depressiviteit staan onder de aandacht. Nieuwe ontwikkelingen, met name die betrekking hebben met de hoeveelheid licht slaan de normen die nu gehanteerd worden volkomen uit het lood.


afbeelding 1

Nieuwe ontwikkelingen
Dit brengt natuurlijk weer een omschakeling teweeg in bestaande principes. We zijn net aan het bezuinigen en het milieu aan het sparen en dan moeten we méér verlichting aanbrengen. Dit zal voorlopig een probleem zijn, natuurlijk. Maar de techneuten zitten ook niet stil. Door de firma Billa Konzern (één van de grootste levensmiddelenbedrijven van Oostenrijk) in Wiener Neudorf is een nieuwbouw neergezet, ontworpen door het bureau ACC Leibetseder & Partner uit Wenen. In dit gebouw wordt buitenlicht via een speciale constructie van buiten naar binnen getransporteerd. (zie tekening op afbeelding 1) Het effect van de combinatie dag-/kunstlicht kunt u zien op afbeelding 2. Deze informatie komt uit een Duitstalig blad Lichtfocus van oktober 1998. Door ons ontvangen van de firma Zumtobel Staff (www.zumtobel.co.at). In Nederland is men gevestigd in Breda. Deze firma verbaasde ons op de Orgatec 98 op een prettige manier met een experimentele verlichting. U moet zich dan een armatuur voorstellen van wel twee vierkante meter, waar gelijkmatig over het oppervlak licht uitkomt. Aan dit armatuur zit een stukje automatisering gekoppeld die de lichtsterkte en de lichtkleur willekeurig kan wijzigen. Alsof er wolken langs de verlichting gaan en alsof de zon opkomt, feller gaat schijnen en tenslotte ondergaat. Dit blijkt nu uit onderzoeken noodzakelijk te zijn om een mens zich wel te laten bevinden. En onbewust weet u het allemaal. Als het zonnetje gaat schijnen, de jassen uitgaan en de lange broeken en dikke truien de kast ingaan, dan voelen we ons toch allemaal een eind vrolijker, of niet?!


afbeelding 2

In Nederland zijn er enkele projecten, met betrekking tot een beter gebruik van het buitenlicht.
In Apeldoorn wordt voor het Kadaster de Brinkmanflat gerenoveerd. Een veel kleiner glasoppervlak dan gewoon is voor een nieuw kantoorgebouw moet zorg dragen voor minder binnenkomende warmte in de zomer. Omdat er reflecterende materialen worden gebruikt aan de onder- en bovenzijde van de ramen, komt er voldoende daglicht diep het kantoor in. Met behulp van een computersimulatie en een modelkamer is het daglicht in de kantoorvertrekken berekend. Door het zonwerend glas en de schuin naar binnen geplaatste beglazing in de gevels komt er geen direct zonlicht in de kantoorruimtes en is zonwering aan de buitenkant niet nodig. Hierdoor is ook in de zomer volledig uitzicht naar buiten mogelijk. In de werkvertrekken komt wel lichtwering. Hiervoor komen individueel bedienbare rolgordijnen. Het brutovloeroppervlak is 11.780 m2 en de oplevering is gepland in de zomer van 1999.

Het nieuwe kantoorgebouw van Hoogheemraadschap van Rijnland wordt de zonnigste werkruimte van Nederland. Er kan straks ruim 70% van de kantoortijd met daglicht worden gewerkt.
Al voordat het gebouw, waar 320 mensen komen te werken, in het Bio Science Park van Leiden is verrezen, heeft het de status verworven van Voorbeeldproject Duurzaam en Energiezuinig Bouwen.
De ramen in het gebouw zijn in tweeën verdeeld. In het bovenste deel bevinden zich reflecterende lamellen die het buitenlicht opvangen en tegen een reflecterend plafonddeel kaatsen. Het aldus binnengekomen daglicht zorgt ervoor dat de kantoorruimte over een grotere diepte wordt verlicht.
De werkplekken bij het raam krijgen niet het meeste daglicht; het licht wordt over de gehele kamer gelijkmatig verdeeld. Daarom zullen de werknemers zich prettiger voelen en zal er geen reflectie van de beeldschermen optreden. Het onderste deel van het raam is een normaal raam, waarvoor geperforeerde lamellen hangen, waardoor het personeel naar buiten kan kijken. Tussen de twee delen van het raam wordt een energiezuinige tl-armatuur geïnstalleerd, die zijn licht ook via het plafond reflecteert. Tl-armatuur is gekoppeld aan een daglichtmeetsysteem en wordt computergestuurd. Ook alle lamellen worden automatisch in de juiste stand gezet.
Maar dit is nog niet alles. Naast de ramen zit ten behoeve van het personeel nog een luchtraam dat men zelf kan openen voor bijvoorbeeld extra-ventilatie in de zomer.

Naast de nieuwe ontwikkelingen om daglicht door middel van reflectie verder het gebouw in te dragen gaan ook de ontwikkelingen op het gebied van kunstlicht door. In een redactioneel stukje in Elsevier werd aandacht besteed aan een prille ontwikkeling bij 3M om door middel van een harmonica-achtige kunststof pijp licht op transport te zetten naar moeilijk bereikbare plaatsen. (hoog in een productiehal bijvoorbeeld). Philips doet dit al met sfeerverlichting door middel van glasvezelkabel. Maar 3M stopt niet bij kleine sterretjes aan de hemel van een tropisch binnenbad. Zij brengen veel licht naar 6-12 meter hoogte met een (nu nog) kostbare installatie. Deze installatie moet zich na verloop van tijd terugverdienen door middel van lagere exploitatiekosten.

(Vrolijke) noten:
Ik was het bijna alweer vergeten

Het was in februari 1998 Een bezoekje op uitnodiging van Philips in Eindhoven op hun locatie VB5. Ze zouden hier hun ‘flexibel’ kantoor en de laatste ontwikkelingen op het gebied van verlichting laten zien. Na ruim 300 km rijden op één dag kom je er dan achter dat het kantoor voor de geplande flexibele werkers alweer te klein was geworden. (Natuurlijk niet goed vooruitgekeken met betrekking tot de groei van de afdeling.) Het kantoor werd in februari 1998 alweer bevolkt door een afdeling waar flexwerken duidelijk herkenbaar ‘niet met plezier gedaan’ werd. Het voorgaande is alleen maar een beetje leedvermaak. Dit gebeurt veel bij bedrijven waar door de directie flexwerken wordt opgedrongen om zo nodig met ‘de tijd’ mee te gaan en er vooral veel reclame mee te maken dat het bedrijf meeloopt met zijn tijd. Het ergste was echter dat ik verwacht had van de nieuwe ontwikkelingen een beeld te kunnen krijgen. Philips participeert namelijk veel en héél goed in het wetenschappelijk onderzoek dat op verlichting in de wereld plaatsvind. Het is dan wel jammer dat tijdens een presentatie van een zogenaamd toekomstkantoor van Philips er schamper op de vraag gereageerd wordt hoe dat nu zit met deze ontwikkelingen. “Wij kunnen hierin nog niet meegaan omdat de gebruikers aan deze visie nog lang niet gewend zijn”, was het antwoord. In oktober 1998 zenden ze je dan nog eens een speciale editie van ‘Lichtsignalen’, waarin ze nog steeds onderstrepen dat ze innoverend bezig zijn met hun locatie VB5 en daar hun nieuwe Helio systeem promoten. Niks verlichting van morgen voor het kantoor van de toekomst, maar verkoop voor vandaag en morgen.

Presentatie
Als je als kenniswerker je informatie kwijt wil, werk je regelmatig voor je eigen opleidingen en ook bij derden in een groot aantal zalencentra en opleidingzalen van grotere bedrijven. Meestal is duidelijk te zien dat ook hier de gebruiker en de bouwer/eigenaar ver bij elkaar vandaan staan. In de nieuwe presentatie technieken wordt steeds meer de multimedia presentatie toegepast door middel van TV schermen en/of LCD projectoren. Presentatie vanaf de ‘sleep-computer’ kennen we nu inmiddels toch wel allemaal. Toch wordt hiervoor in de zalencentra in het algemeen weinig rekening gehouden. Ik ken nog niet één zalencentrum die dit goed onder de knie heeft. Ook in een gloednieuw zalencentrum in Eindhoven en in een pas gerenoveerd zalencentrum in Utrecht gaat men weer in de fout om de verlichting verkeerd aan te leggen. In het ene kijk je weer zo tegen de TL-buizen aan die verticaal op de glasgevel zijn gemonteerd (2x fout dus!) In het andere wordt je gek (nog gekker) van de spotjes aan het plafond en kan bij een overhead- of LCD-presentatie die verlichting waar het scherm geplaatst wordt de verlichting niet gescheiden uitgezet worden. Ik weet zeker dat de elektra-installateur die paar honderd gulden voor een scheiden schakeling best had willen verdienen. En dat zou dan een beste investering zijn geweest.

Dit document niet uitprinten, aub. Denk aan het milieu en uw onkosten.
Wilt u het nog een keer lezen maak een bladwijzer (favoriet).
Wilt u het artikel door een ander laten lezen, stuur ze een link door.



deze informatie wordt u aangeboden door leo hooijmans, lid van fmn
mede mogelijk gemaakt door facilitaire aanbieders online

Facilitaire Aanbieders Online


voor zoeken naar producten/diensten en verenigingen
klik op foto....



facilitaire-informatie-online.nl ©
ingevoerd op 5 februari 2009
het laatst gewijzigd op 23-03-2009

voorwaarden voor gebruik/bezoek van deze website: klik hier....
(de kleine lettertjes, maar dan iets groter)