«« management


Platform Duurzame Huisvesting


Deze pagina is leesbaar in diverse Europese talen :
This page is readable in various European languages :

mede mogelijk gemaakt door facilitaire aanbieders online


Werkprogramma 2011-2014
ter verduurzaming van de bestaande bouw

LeoHooijmansGalileoNoordwijkFacilitaireInformatieOnlineHoezo??

Inhoudsopgave

Samenvatting

1. Doelstellingen werkprogramma
1.1 Deelnemers en scope Platform Duurzame Huisvesting
1.2 Knelpunten en oplossingsrichtingen
1.3 Doelstellingen
1.4 Fasering werkprogramma Platform Duurzame Huisvesting

2. Programmastructuur en besturingsmodel
2.1 Besturingsmodel: stuurgroep, programmamanagement en deelprojecten
2.2 Deelprojecten en methodiek
2.3 Overlegstructuur
2.4 Intern en extern rapporteren

3. Deelprojecten werkprogramma Platform Duurzame Huisvesting
3.1 Deelproject A. Split Incentive
3.1.1 Probleemstelling
3.1.2 Onderzoeksopzet
3.1.3 Deelnemers en rolverdeling
3.1.4 Planning
3.1.5 Resultaten
3.1.6 Budgettering
3.2 Deelproject B. Investeringen & Risico
3.2.1 Probleemstelling
3.2.2 Onderzoeksopzet
3.2.3 Deelnemers en rolverdeling
3.2.4 Planning
3.2.5 Resultaten
3.2.6 Budgettering
3.3 Deelproject C. Duurzaamheidstandaards
3.3.1 Probleemstelling
3.3.2 Onderzoeksopzet
3.3.3 Deelnemers en rolverdeling
3.3.4 Planning
3.3.5 Resultaten
3.3.6 Budgettering
3.4 Project D. Integrale oplossing duurzame huisvesting
3.4.1 Planning
3.4.2 Budgettering

4. Implementatie oplossingsrichtingen en communicatie
4.1 Rol deelnemers
4.2 Rol Agentschap NL
4.3 Overige stakeholders
4.4 Communicatieplan 2011 – 2014
4.5 Implementatie van oplossingsrichtingen

5. Programmabudget

Bijlage 1.
Knelpunten en oplossingsrichtingen verduurzamen bestaande bouw


Colofon ivm publicatie op 'facilitaire informatie online'



[naar top] - [naar index]

Samenvatting

In opdracht van het Platform Duurzame Huisvesting heeft Corporate Facility Partners een onderzoek uitgevoerd naar de kansen en knelpunten in de duurzame vastgoedketen. De resultaten van dit onderzoek zijn op 31 augustus 2010 aan het platform gepresenteerd.

Bestaande gebouwen zijn de grootste veroorzakers van CO2-uitstoot te zijn in Nederland. Ondanks een aantrekkelijke waarde wordt bestaand vastgoed onvoldoende verduurzaamd. De belangrijkste knelpunten in de keten worden veroorzaakt door het ontbreken van inzicht in duurzaamheid, de risico’s en opbrengsten. Voor het oplossen van deze knelpunten zal gewerkt moeten worden aan nieuwe contractvormen voor samenwerking, resultaatgaranties en financiering. Verschillende praktijkvoorbeelden bewijzen de kansen die er zijn voor het verduurzamen van bestaande bouw.

Aansluitend op dit onderzoek is besloten dat het Platform Duurzame Huisvesting een werkprogramma zal uitvoeren om de knelpunten aan te pakken. Dit programma zal in de periode 2011-2014 worden uitgevoerd. De doelstelling voor het programma is het oplossen van 80% van de knelpunten voor het verduurzamen van bestaand vastgoed. Hierbij zijn de oplossingsrichtingen uit het eerder genoemde onderzoek leidend. Belangrijk is dat de oplossingen praktisch toepasbaar zijn en op grote schaal uitgerold kunnen worden. Het ontwikkelen van tools en het beschrijven van praktijkvoorbeelden zijn onderdeel hiervan.

In drie deelprojecten worden voor alle knelpunten oplossingen bedacht, getest en uitgerold. De deelprojecten zijn:

A. Split Incentive
B. Investering & Risico
C. Duurzaamheidstandaards


In cluster D. Integrale oplossing duurzame huisvesting komen de verschillende oplossingen samen en worden uitkomsten van de deelprojecten getoetst en verbonden. In dit cluster nemen alle deelnemers van het platform deel.

Binnen deze deelprojecten zijn hoofd- en deelvragen opgesteld die eind 2011 leiden tot praktische toepassingen die door pilots worden getest. In 2012 worden deze tools en methodieken geïntroduceerd in de markt, in 2013 worden deze op grote schaal uitgerold. Tenslotte zal in 2014 worden gewerkt aan het doorontwikkelen van de oplossingen en het selecteren van nieuwe knelpunten.


[naar top] - [naar index]

1. Doelstellingen werkprogramma

1.1 Deelnemers en scope Platform Duurzame Huisvesting

Het Platform Duurzame Huisvesting is een alliantie van branche-, kennis-, beroeps- en koepelorganisaties die een belangrijke rol spelen bij huisvesting in de bestaande utiliteitsbouw, het onderhoud en beheer van gebouwen, het investeren en beleggen in gebouwen en het managen van de gebouwgebonden facilities. Belangrijk is dat de partijen de verschillende schakels in de vastgoedketen vertegenwoordigen. Als het gaat om de verduurzaming van de bestaande bouw kijkt het platform naar het gebouw zelf, het gebruik van het gebouw en het beheer van het gebouw. De volgende organisaties maken to nu toe (december 2010) onderdeel uit van het platform:

1. Agentschap NL
2. CoreNet
3. Facility Management Nederland
4. ISSO
5. Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud
6. Nederlandse Vereniging voor Technisch facilitair management in de Gezondheidszorg
7. NeVaP
8. Rijksgebouwendienst
9. TNO
10. TVVL
11. Vastgoed Management Nederland
12. Facilitair Management Gezondheidszorg
13. Vereniging van Institutionele Beleggers Nederland
14. Uneto VNI
15. Vastgoed Belang*
(*Indien toetreding tot platform plaats zal vinden in 2011)

Het Platform Duurzame Huisvesting wil de katalysator zijn bij de verduurzaming van de bestaande utiliteitsbouw door samenwerking te stimuleren in de huisvestingsketen. Binnen vier jaar wil zij aantoonbare en significante resultaten bereiken. De volgende strategische doelstellingen zijn hiervoor geformuleerd:

o De platformleden hebben ervoor gekozen om duurzaamheid te integreren in hun eigen organisatiedoelstelling.
o De platformleden bieden oplossingen aan om de huisvestingsketen te verduurzamen.
o De platformleden informeren, activeren en stimuleren hun achterban om duurzaamheid te integreren in de besluitvormingsprocessen ten aanzien van
huisvesting.
o Het platform is een vraagbaak voor leden om het duurzaamheidsbegrip transparanter te maken in relatie tot de keten.
o De platformleden proberen de markt en de overheid te beïnvloeden ten aanzien van duurzame huisvesting.




[naar top] - [naar index]

1.2 Knelpunten en oplossingsrichtingen

In eerder onderzoek van het Platform Duurzame Huisvesting zijn de belangrijkste knelpunten in kaart gebracht voor het verduurzamen van de bestaande bouw (zie bijlage 1). Bij deze knelpunten zijn ook de mogelijke oplossingsrichtingen in kaart gebracht en de ketenpartijen die hierin een belangrijke rol spelen. De volgende knelpunten zijn geformuleerd:

o Split incentive; Investeringen komen voor rekening van de eigenaar, de huurder behaalt kostenvoordeel.
o Risico aversie; Gebouweigenaren zijn niet gewend om te investeren in duurzaamheid van bestaande bouw.
o Onduidelijke businesscase; Eigenaren en huurders kennen de kosten, risico´s en investeringen onvoldoende voor een weloverwogen besluit.
o Achterblijvende investeringen; Kredietcrisis zorgt voor dalende investeringen in de bouw, in 2009 een daling van 32%.
o Onduidelijkheid rondom duurzaamheid; Definitie duurzaamheid en stadia van duurzaamheid zijn nog onvoldoende gestandaardiseerd of bekend in de markt.
o Schaalgrootte duurzaamheid; Vaak moeite met rechtvaardigen van verduurzaming van een enkel gebouw door kleine financiële omvang.
o Opdrachtgeverschap in de zorg; Vroeger overheid verantwoordelijk voor ontwikkeling zorgvastgoed. Betrekken van wooncorporaties niet altijd succesvol. Versnippering van vastgoed.
o Gebrek aan goed opdrachtgeverschap en goed opdrachtnemerschap in het totale proces van verduurzaming van de bestaande bouw.



[naar top] - [naar index]

1.3 Doelstellingen

Bovengenoemde knelpunten en oplossingsrichtingen zullen verder uitgewerkt worden door het Platform Duurzame Huisvesting. Hierbij zijn de volgende zaken van belang:

o Doorslaggevende gemeenschappelijke oplossingen bieden.
o Deskundigheids- en kwaliteitsbevordering.
o Integreren van kennis in eigen programma’s.
o Platform voor informatie-uitwisseling tussen marktpartijen onderling, en met de overheid.
o Uitvoeren van gezamenlijke activiteiten.

De aanpak heeft tot doel om oplossingen te ontwikkelen voor de gesignaleerde knelpunten in de duurzame huisvestingsketen. Concreet zal 80% van deze knelpunten over vier jaar opgelost zijn en zullen deze oplossingen op grote schaal uitgerold zijn binnen de achterban van het Platform Duurzame Huisvesting. Belangrijke voorwaarden zijn dat er aantoonbaar praktische oplossingen ontwikkeld worden die over een breed publiek uitgerold kunnen worden.


[naar top] - [naar index]

1.4 Fasering werkprogramma Platform Duurzame Huisvesting

Het werkprogramma bestaat uit een strategisch en een operationeel programma. Het strategisch programma is weergegeven in het onderstaande schema en omvat het totale programma van 2011 t/m 2014. Er zijn drie deelprojecten van knelpunten geformeerd die binnen het programma een plek krijgen, een laatste cluster is gericht op het toetsen en verbinden van oplossingen tbv van een integrale oplossing voor duurzame huisvesting. Hier gaat hoofdstuk twee verder op in. Het operationeel programma betreft het uitgewerkte programma voor het eerste jaar.





[naar top] - [naar index]

2. Programmastructuur en besturingsmodel

2.1 Besturingsmodel: stuurgroep, programmamanagement en deelprojecten

Voor de uitvoering van het programma is een besturingsmodel gekozen, waarbij een stuurgroep vanuit het Platform Duurzame Huisvesting de opdrachtgever is. De rol van Agentschap NL hierin is inhoudelijk coördinerend en voorwaarden scheppend. Onder de stuurgroep bevindt zich het programmamanagement. Deze vormt de schakel tussen opdrachtgever en de deelprojecten. Het heeft de voorkeur om het programmamanagement te beleggen bij een objectieve externe partij. Deze partij houdt zicht op de voortgang, de realisatie van doelstellingen en de projectcommunicatie. Daarnaast heeft het platform aangegeven dat in de groep ‘Integrale oplossing’ resultaten van de deelgroepen worden getoetst en verbonden.



* Albert Hulshoff / Hans Scherpenzeel stelt voor om deze partijen te verzoeken een bijdrage te leveren in dit deelproject




[naar top] - [naar index]

2.2 Deelprojecten en methodiek

Voor het uitwerken van oplossingsrichtingen zijn verschillende deelprojecten gevormd. De zeven knelpunten zijn ondergebracht in de volgende deelprojecten:

a) Split Incentive
b) Investeringen & Risico
c) Duurzaamheidstandaards
d) Integrale oplossing duurzame huisvesting

Deelproject D is in mindere mate een project maar een manier waarop het platform de geformuleerde oplossingrichtingen toetst en integreerd. Zodoende blijft er sprake van coherente oplossingen die door het platform aan de markt beschikbaar worden gesteld.

Businesscase en schaalgrootte zijn van belang in alle deelprojecten. Hiertoe hebben deze knelpunten een plaats gekregen in alle deelprojecten. Dit draagt bij aan een uniforme methodiek waarbinnen naar een gezamenlijk resultaat wordt toegewerkt. Ook zal, daar waar dat belangrijk is bij implementatie van de oplossingrichting, een onderscheid worden aangebracht in segmenten van het bestaande vastgoed. Een laatste knelpunt dat binnen ieder deelproject een plek krijgt is de vraag waar opdrachtgevers en opdrachtnemers aan moeten voldoen in het geval een bepaalde oplossing wordt toegepast.

Binnen ieder deelproject wordt uiteindelijk een praktisch toepasbaar model ontwikkeld, waarbij aandacht is voor een aantrekkelijke businesscase en het verkrijgen van schaalgrootte. Door middel van praktijkcases wordt de praktische toepasbaarheid van het model benadrukt. Dit is in het onderstaande schema weergegeven:


De resultaten van ieder deelproject worden verwerkt in standaarddocumenten waarmee de resultaten reproduceerbaar en communiceerbaar worden. De resultaten worden middels een vaste structuur beschreven en de oplossingen en tools zijn op deze manier uniform vastgelegd. De platformdeelnemers kunnen zodoende hun leden en achterban op een eenduidige manier inzicht geven in de oplossingen rondom de knelpunten bij de verduurzaming van huisvesting.


[naar top] - [naar index]

2.3 Overlegstructuur

Nader te bepalen


[naar top] - [naar index]

2.4 Intern en extern rapporteren

Nader te bepalen


[naar top] - [naar index]

3. Deelprojecten werkprogramma Platform Duurzame Huisvesting

In dit hoofdstuk wordt een plan van aanpak gepresenteerd voor de deelprojecten. Het betreft hier het operationele programma voor 2011, de operationele programma’s voor 2012-2014 zullen in een later stadium opgesteld worden. Voor ieder deelproject zal er ingegaan worden op de probleemstelling, onderzoeksopzet, deelnemers, planning en budgettering.

In ieder deelproject zal tenminste één medewerker van Agentschap NL vertegenwoordigd zijn. De medewerker van Agentschap heeft overzicht op ontwikkelingen binnen agentschap en andere platforms die er bestaan. Daarnaast zullen de projecten worden geleid door een externe projectleider


[naar top] - [naar index]

3.1 Deelproject A. Split Incentive

3.1.1 Probleemstelling


Het belangrijke knelpunt is dat investeringen voor rekening van de eigenaar komen terwijl de huurder het kostenvoordeel behaalt. Om dit knelpunt op te lossen is het belangrijk om gezamenlijk te investeren en afspraken te maken over het verdelen van de investeringen en opbrengsten. Om dit knelpunt op te lossen is medewerking nodig van zowel de eigenaar als de gebruiker.


[naar top] - [naar index]

3.1.2 Onderzoeksopzet

Op basis van de bovenstaande knelpunten en oplossingsrichtingen is de volgende onderzoeksvraag opgesteld:

Binnen welk model worden zowel eigenaars als huurders optimaal gestimuleerd om te investeren in het verduurzamen van de bestaande bouw, middels een positieve businesscase en voldoende schaalgrootte?

Het doel van deze onderzoeksvraag is het ontwikkelen van een investeringsmodel waarin goede afspraken worden gemaakt over gezamenlijke investeringen en het verdelen van de opbrengsten. Hierbij moeten alle randvoorwaarden in kaart worden gebracht, zodat een degelijk en breed toepasbaar model ontstaat. Dit moet een duidelijk positieve businesscase opleveren zodat zowel eigenaars als huurders willen investeren. Door het creëren van schaalgrootte wordt investeren ook interessanter voor externe financiers. Binnen dit deelproject wordt met name gewerkt aan tools voor de vraagzijde van de markt, dus de opdrachtgevers voor duurzame investeringen.

Om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden zijn de volgende subvragen opgesteld:

1) Welke oplossingen voor de split incentive reeds toegepast binnen de vastgoedketen?
2) Welke voorwaarden stellen eigenaars aan het investeren in het verduurzamen van vastgoed?
3) Welke voorwaarden stellen huurders aan het investeren in het verduurzamen van vastgoed?
4) Welke rol spelen vastgoed beheerders in dit proces?
5) Op welke wijze kunnen bovenstaande voorwaarden geïntegreerd worden tot één positieve business case voor zowel eigenaars als huurders?
6) Hoe kan er gezorgd worden voor voldoende schaalgrootte om investeringen aantrekkelijk te maken?
7) Welke randvoorwaarden worden gesteld aan goed opdrachtgeverschap en aan goed opdrachtnemerschap?
8) In hoeverre dient er een differentiatie te worden gemaakt door middel van segmenten als het gaat om oplossingen?



[naar top] - [naar index]

3.1.3 Deelnemers en rolverdeling

Binnen dit deelproject is de inbreng van zowel eigenaars als huurders belangrijk. Hiervoor zijn de volgende deelnemers vanuit het Platform Duurzame Huisvesting geselecteerd:




[naar top] - [naar index]

3.1.4 Planning

Aan het einde van 2011 liggen er oplossingen dat die de leden / achterban van de deelnemende platformdeelnemers kunnen worden toegepast. Oplossingen zijn getoetst in verschillende pilot projecten en door cluster D ‘Integrale oplossing duurzame huisvesting’ en zijn voorzien van praktijkvoorbeelden.

De milestones voor dit project zijn:
1) Februari: overzicht bestaande methodieken / tools / contracten / voorwaarden en inzicht in benodigde middelen voor vervolgonderzoek.
2) April: De voorwaarden voor eigenaars en huurders zijn in kaart gebracht, rol beheerder is omschreven.
3) Juli: Concept oplossingen zijn ontworpen, op basis van de deelvragen; eventuele pilotprojecten worden in de komende maand opgestart.
4) November: De pilots zijn geëvalueerd en oplossingen worden definitief gemaakt. Plan marktintroductie 2012 gereed.



[naar top] - [naar index]

3.1.5 Resultaten

De resultaten van dit project worden vastgelegd in standaarddocumenten waarmee de resultaten van ieder project beschreven worden. De belangrijkste beoogde resultaten uit dit project zijn:

* Inzicht in de kernproblematiek rondom ‘split incentive’.
* Periodieke communicatie vanuit het platform
* Overzicht van de voorwaarden die eigenaars en huurders stellen bij het investeren in verduurzamen van vastgoed.
* De relatie tussen voorwaarden en een positieve business case zijn vastgelegd. De kaders voor het opzetten van de business case zijn duidelijk beschreven en toepasbaar.
* Overzicht van beschikbare contractuele en financiële constructies die in Nederland zijn toegepast.
* Calculatiemodellen en voorbeeldcontracten.
* Concrete adviezen over de rol van de vastgoedbeheerder, het creëren van schaalgrootte en de randvoorwaarden voor goed opdrachtgeverschap en goed opdrachtnemerschap.
* Segmentgerichte oplossingen indien van toepassing



[naar top] - [naar index]

3.1.6 Budgettering

Voor de uitvoering van het programma is budget nodig. Dit budget bestaat uit een financiële bijdrage, uren en promotie. De deelnemers in het deelproject brengen ieder een bedrag in geld in, en in uren en promotie. Agentschap NL brengt 50% van dit totaal in. Dit budget is benodigd voor het programmamanagement, onkosten, uren en promotie van het ontwikkelde model. Ingeschatte dagen voor advies en projectmanagement zijn voor het deelproject split incentive 40 dagen.



[naar top] - [naar index]

3.2 Deelproject B. Investeringen & Risico

3.2.1 Probleemstelling

Gebouweigenaren zijn niet gewend om te investeren in duurzaamheid van bestaande bouw. Dit komt onder andere doordat de businesscase voor het verduurzamen van de bestaande bouw vaak onvoldoende helder is. Daarnaast leiden onjuiste inschattingen omtrent kosten, opbrengsten en risico’s tot verkeerde perceptie van waarde en risico. De kredietcrisis zorgt tevens voor dalende investeringen in de bouw, in 2009 een daling van 32%. Om deze problematiek op te lossen moeten leveranciers opbrengsten en resultaten garanderen. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van de diensten van een ESCO. Ook het schrijven van een objectieve en aantrekkelijke business case met hoge rendementen draagt bij aan de oplossing. Het opzetten van een fonds voor gebouwinvesteringen door de overheid helpt zowel opdrachtgevers als leveranciers die onvoldoende schaalgrootte kunnen creëren. Rollen in het oplossen van deze problematiek zijn weggelegd voor de overheid, eigenaars, beheerders, beleggers en leveranciers (o.a. installateurs en OEM-ers).


[naar top] - [naar index]

3.2.2 Onderzoeksopzet

Op basis van de bovenstaande knelpunten en oplossingsrichtingen is de volgende onderzoeksvraag opgesteld:

Op welke wijze kunnen leveranciers van duurzame oplossingen een aantrekkelijke businesscase presenteren waarin garanties worden gegeven en hoe kan de overheid opdrachtgevers en leveranciers stimuleren?

Het doel van deze onderzoeksvraag is het ontwikkelen van een standaardofferte waarin leveranciers een aanbieding kunnen doen voor duurzame investeringen in drie varianten. Hierbij worden drie scenario’s uitgewerkt, op basis van investeren door (1) de opdrachtgever, (2) de leverancier of (3) een externe investeerder. Om hier een aantrekkelijke businesscase voor te kunnen maken zal ook onderzocht worden op welke wijze de overheid kan bijdragen door bijvoorbeeld het opzetten van een fonds voor duurzame investeringen. Binnen dit deelproject wordt met name gewerkt aan tools voor de aanbodzijde van de markt, dus de leveranciers van duurzame oplossingen.

Om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden zijn de volgende subvragen opgesteld:

1) Welke voorbeelden binnen de vastgoedketen bestaan er die als ‘proven concept’ kunnen dienen?
2) Welke voorwaarden maken een businesscase aantrekkelijk?
3) Welke garanties zijn belangrijk voor opdrachtgevers om te investeren?
4) Welke garanties zijn belangrijk voor externeinvesteerders om te investeren?
5) Welke garanties op investeringen kunnen leveranciers bieden?
6) Welke garanties zijn belangrijk voor leveranciers om zelf te investeren?
7) Op welke wijze kunnen de voorgaande resultaten gecombineerd worden tot drie aantrekkelijke scenario’s?
8) Op welke wijze kan de overheid helpen de businesscase in de drie scenario’s aantrekkelijker te maken?
9) Welke randvoorwaarden worden gesteld aan goed opdrachtgeverschap en aan goed opdrachtnemerschap?
10) In hoeverre dient er een differentiatie te worden gemaakt door middel van segmenten als het gaat om oplossingen?



[naar top] - [naar index]

3.2.3 Deelnemers en rolverdeling

Binnen dit deelproject is voornamelijk de inbreng van beleggers en leveranciers benodigd. De IVBN wordt bij voorkeur toegevoegd aan de volgende deelnemers:


Het in 2011 op te richten platform ESCO NL zal, via Agentschap NL, ook input geven aan dit deelproject.


[naar top] - [naar index]

3.2.4 Planning

Aan het einde van 2011 liggen er bijvoorbeeld standaardoffertes die door de leden of de achterban van platform deelnemers kan worden toegepast. Het model is getoetst in verschillende pilot projecten en wordt voorzien van praktijkvoorbeelden.


De milestones voor dit project zijn:

1) April: De voorwaarden voor een aantrekkelijke businesscase en de benodigde garanties voor de verschillende partijen zijn in kaart gebracht.
2) Juli/augustus: De oplossing is ontworpen, op basis van de deelvragen; pilotprojecten worden in de komende maand opgestart, waarbij expliciet gelet wordt op knelpunten die middels een overheidsfonds opgelost kunnen worden.
3) November: De pilots zijn geëvalueerd en de oplossingen wordt definitief gemaakt. Plan marktintroductie 2012 gereed.




[naar top] - [naar index]

3.2.5 Resultaten

De resultaten van dit project worden vastgelegd in standaarddocumenten waarmee de resultaten van ieder project beschreven worden. De belangrijkste beoogde resultaten uit dit project zijn:

* Overzicht van de voorwaarden die de aantrekkelijkheid van de business case bepalen.
* Periodieke communicatie vanuit het platform.
* Inzicht in garanties die de verschillende stakeholders vragen en kunnen bieden: opdrachtgevers, externe investeerders en leveranciers.
* Uitwerking van de drie scenario’s, toepasbare garanties en business case voor directe toepassing in de praktijk.
* Beschrijving beschikbare tools, contracten en rekenmodellen.
* Omschrijving van instrumenten die door de overheid ingezet kunnen worden (bijvoorbeeld een fonds voor duurzame investeringen).
* Concrete adviezen over het creëren van schaalgrootte en de randvoorwaarden voor goed opdrachtgeverschap en goed opdrachtnemerschap.
* Segmentgerichte oplossingen indien van toepassing.




[naar top] - [naar index]

3.2.6 Budgettering

Voor de uitvoering van het programma is budget nodig. Dit budget bestaat uit een financiële bijdrage, uren en promotie. De deelnemers in het deelproject brengen ieder een bedrag in geld in, en in uren en promotie. Agentschap NL brengt 50% van dit totaal in. Dit budget is benodigd voor het programmamanagement, onkosten, uren en promotie van het ontwikkelde model. Ingeschatte dagen voor advies en projectmanagement zijn voor het deelproject investeringen & risico 30 dagen.


[naar top] - [naar index]

3.3 Deelproject C. Duurzaamheidstandaards

3.3.1 Probleemstelling


De bekendheid van duurzaamheidslabels in de markt is relatief laag. Daarnaast is de standaard van duurzaamheid nog onvoldoende aanwezig. Om dit op te lossen is er behoefte aan een duidelijke gecontroleerde definitie van duurzame gebouwen die bekend wordt gemaakt in de markt. Daarnaast is het belangrijk om deze op te nemen in gebouwtaxaties. Om de businesscase aantrekkelijker te maken zal de overheid meer regels moeten invoeren die niet duurzaam zijn onaantrekkelijk maakt. Belangrijke rollen hierin zijn weggelegd voor de overheid, adviseurs en eigenaar.


[naar top] - [naar index]

3.3.2 Onderzoeksopzet

Op basis van de bovenstaande knelpunten en oplossingsrichtingen is de volgende onderzoeksvraag opgesteld:
Welke standaard methodieken voor het meten van duurzaamheid passen het beste bij de Nederlandse markt en hoe kunnen deze standaards algemeen bekend en gebruikt worden? Het doel van deze onderzoeksvraag is het verbinden van bestaande initiatieven en het creëren van een groter bereik van deze initiatieven. Ook het bijdragen aan de ontwikkeling van bestaande initiatieven behoort tot de doelen. Belangrijke voorwaarden hiervoor zijn dat de methodieken duurzaamheid breed benaderen en dat deze aansluiten op de Nederlandse marktsituatie. Uiteindelijk moet dit er toe leiden dat de Nederlandse vastgoedmarkt geheel gecertificeerd zal zijn en de bekendheid van duurzaamheidlabels in de markt is vergroot. Om de onderzoeksvraag te kunnen beantwoorden zijn de volgende subvragen opgesteld:

1) Welke methodieken voor het meten van duurzaamheid zijn er?
2) Aan welke eisen moeten deze methodieken voldoen vanuit de Nederlandse marktsituatie?
3) Wat zijn kritische succesfactoren voor een algemene introductie van een standaard methodiek voor het meten van duurzaamheid?
4) Welke standaard methodieken past het beste bij specifieke situaties in de Nederlandse markt, gelet op de antwoorden op de voorgaande vragen?
5) Welke voorwaarden zijn er om de methodieken algemeen bekend en gebruikt te laten worden?
6) Wat moet de overheid doen om de acceptatie van de methodieken te versnellen?
7) Welke randvoorwaarden worden gesteld aan goed opdrachtgeverschap en aan goed opdrachtnemerschap?
8) In hoeverre dient er een differentiatie te worden gemaakt door middel van segmenten als het gaat om oplossingen?




[naar top] - [naar index]

3.3.3 Deelnemers en rolverdeling

Binnen dit deelproject is voornamelijk de inbreng van overheid, adviseurs en eigenaren benodigd. Hiervoor zijn de volgende deelnemers vanuit het Platform Duurzame Huisvesting geselecteerd:




[naar top] - [naar index]

3.3.4 Planning

Aan het einde van 2011 zijn er methodieken gekozen voor het meten van duurzaamheid en ligt er een plan van aanpak voor een algemene bekendheid en gebruik van deze methodieken in de markt. Daarnaast ligt er een voorstel voor de overheid voor regelingen die de acceptatie van de methodieken versnellen.


De milestones voor dit project zijn:

1) April: overzicht methodieken voor het meten van duurzaamheid.
2) Juni: presentatie van resultaten tijdens Provada 2011
3) Augustus: Er ligt een plan van aanpak voor een snelle acceptatie van deze methodieken en de randvoorwaarden.
4) November: De pilots zijn geëvalueerd en het PVA en het voorstel voor de regelingen vanuit de overheid worden definitief gemaakt. Oplossingen worden opgenomen in een communicatieplan voor 2012.




[naar top] - [naar index]

3.3.5 Resultaten

De eerste resultaten van dit project worden gepresenteerd tijdens de Provada 2011 in juni. Het platform zal daar communiceren over de voorlopige resultaten en met name inzicht geven in de vergelijking van instrumenten. De resultaten uit dit deelproject bestaan verder uit:

* Overzicht van methodieken voor het meten van duurzaamheid.
* Periodieke communicatie vanuit het platform.
* Inzicht in het toepassen van methodieken. In welke situaties welk instrument?
* Eisen aan methodieken binnen de Nederlandse markt.
* Kritische Succesfactoren bij implementatie.
* Omschrijving van de rol van de overheid, opdrachtgevers en opdrachtnemers bij het gebruik van duurzaamheidstandaards.
* Segmentgerichte oplossingen indien van toepassing.




[naar top] - [naar index]

3.3.6 Budgettering

Voor de uitvoering van het programma is budget nodig. Dit budget bestaat uit een financiële bijdrage, uren en promotie. De deelnemers in het deelproject brengen ieder een bedrag in geld in, en in uren en promotie. Agentschap NL brengt 50% van dit totaal in. Dit budget is benodigd voor het programmamanagement, onkosten, uren en promotie van het ontwikkelde model. Ingeschatte dagen voor advies en projectmanagement zijn voor het deelproject investeringen & risico 25 dagen.


[naar top] - [naar index]

3.4 Project D. Integrale oplossing duurzame huisvesting

De deelprojecten hebben een gemeenschappelijk doel, het verduurzamen van de bestaande bouw. Daar waar in deelproject A de investeringsproblematiek vanuit de opdrachtgever wordt bekeken, wordt dezelfde problematiek in deelproject B vanuit de leverancier bekeken. Beide deelprojecten zullen met concrete tools komen om investeringen in duurzame huisvesting te bevorderen. Om een goede businesscase op te kunnen stellen is het van belang een heldere visie op duurzaamheid te hebben. Standaards spelen een belangrijke rol in het creëren van deze visie. De resultaten van deelproject C zijn dan ook erg belangrijk voor de invulling van de modellen die in deelproject A en B ontwikkeld worden. In project D worden oplossingen getoetst en met elkaar verbonden. Dit zorgt voor integratie van oplossingen en éénduidige communicatie naar belanghebbenden. Daaraan nemen alle platform leden deel.


[naar top] - [naar index]

3.4.1 Planning

Aan het einde van 2011 liggen er oplossingen die in specifieke situaties gebruikt kunnen worden als basis om nieuwe samenwerkingsverbanden aan te gaan in de verduurzaming van de bestaande bouw.




De milestones voor dit project zijn:

1) April: Alle cases zijn in kaart gebracht door onderzoek in de deelprojecten, oplossingsrichtingen krijgen eerste go/no go.
2) Augustus: De resultaten worden besproken en het vervolg is duidelijk.
3) November: De resultaten en oplossingen uit de deelprojecten zijn in relatie tot elkaar gebracht, getoetst aan praktijkcases en de vervolgstappen zijn gedefinieerd.














[naar top] - [naar index]

3.4.2 Resultaten

Om oplossingen te toetsen worden door het platform duurzame huisvesting in 2011 minimaal 30 projecten geanalyseerd waarin de knelpunten geheel of ten dele zijn opgelost. Ook deze projecten zijn belangrijk in de communicatie richting de totale vastgoedketen. Hierbij zal in eerste instantie worden gezocht naar cases die gaan over renovatie of optimalisatie. Daar waar oplossingen goed toepasbaar zijn op de bestaande bouw kunnen ook cases over nieuwbouwprojecten worden opgenomen.


[naar top] - [naar index]

3.4.3 Budgettering

Voor de uitvoering van het programma is budget nodig. Dit budget bestaat uit een financiële bijdrage, uren en promotie. De deelnemers in het deelproject brengen ieder een bedrag in geld in, en in uren en promotie. Agentschap NL brengt 50% van dit totaal in. Dit budget is benodigd voor het programmamanagement, onkosten, uren en promotie van het ontwikkelde model. Ingeschatte dagen voor advies en projectmanagement zijn voor het deelproject integrale oplossing duurzame huisvesting 15 dagen.



[naar top] - [naar index]

4. Implementatie oplossingsrichtingen en communicatie

Aan het einde van 2011 zijn er praktische toepassingen ontwikkeld die eventueel middels pilots worden getest. In 2012 worden deze tools en methodieken geïntroduceerd in de markt, in 2013 worden deze op grote schaal uitgerold. Tenslotte zal in 2014 worden gewerkt aan het doorontwikkelen en selecteren van nieuwe knelpunten. Voor de juiste implementatie van en communicatie over deze oplossingsrichtingen zijn er verschillende rollen weggelegd voor de deelnemers, Agentschap NL en de overige stakeholders.


[naar top] - [naar index]

4.1 Rol deelnemers

De deelnemers zoeken binnen hun eigen achterban naar cases, mogelijke pilots en zorgen voor de grootschalige uitrol onder hun leden. Verder is de rol per deelnemer specifiek en wordt deze mede bepaald door de keuze van deelname in deelprojecten.


[naar top] - [naar index]

4.2 Rol Agentschap NL

Agentschap NL draagt zorg voor het coördineren van de boodschap, het uitbrengen van publicaties en het adviseren van beleidsmakers. Daarnaast is zij de belangrijke katalysator van het programma.


[naar top] - [naar index]

4.3 Overige stakeholders

Alle verenigingen hebben te maken met hun leden en de klanten van die leden, die belangrijke stakeholders zijn.


[naar top] - [naar index]

4.4 Communicatieplan 2011 – 2015

Het is belangrijk dat er op de juiste momenten goed gecommuniceerd wordt, zodat aan het einde van het programma, de doelstelling is behaald dat 80% van de knelpunten is opgelost en dat deze oplossingen breed zijn uitgerold in de markt.


[naar top] - [naar index]

4.5 Implementatie van oplossingsrichtingen

Nader te bepalen.



[naar top] - [naar index]

5. Programmabudget

Voor de uitvoering van het programma is budget nodig, zowel financiële middelen als de inzet van uren door de deelnemers en promotie. Dit budget is gebaseerd op de inzet van de brancheverenigingen en de kosten voor een externe programmamanager. Van het totale budget wordt 50% door de deelnemers ingebracht en 50% door Agentschap NL. Voor de deelnemers betekent dit dat een branchevereniging het volgende bijdraagt:

* circa € 5.000 in Euro’s of natura voor het dekken van alle onkosten m.b.t. projectmanagement, advies, onderzoek, PR en communicatie.
* 30-50 uur ten behoeve van klankbordfunctie, evaluatie van resultaten en het nemen van beslissingen.
* Advertentieruimte en artikelen voor de communicatie over het programma.

Om deelname zo toegankelijk mogelijk te houden is het budget zo laag mogelijk gehouden, zodat iedere vereniging de mogelijkheid heeft om te participeren in één of meerdere deelprojecten.

Het aantal dagen voor advies & projectmanagement zijn:

Deelproject Dagen advies & projectmanagement
Split incentive 40
Investeringen & risico 30
Duurzaamheidstandaards 25
Integrale oplossing duurzame huisvesting 15

Door deelname krijgen de deelnemers inzicht in de oplossingen van alle deelprojecten, inspraak in de besluitvorming en de resultaten van al het onderzoek en de uitgevoerde pilots.



[naar top] - [naar index]

Bijlage 1.
Knelpunten en oplossingsrichtingen verduurzamen bestaande bouw


In eerder onderzoek van het Platform Duurzame Huisvesting zijn de belangrijkste knelpunten in kaart gebracht voor het verduurzamen van de bestaande bouw. Bij deze knelpunten zijn ook de mogelijke oplossingsrichtingen in kaart gebracht en de ketenpartijen die hierin een belangrijke rol spelen. De belangrijkste conclusies uit dit onderzoek zijn in onderstaande tabel samengevoegd.

  Knelpunt Oplossingsrichting Rol voor:
Split incentive –
Eigenaar en gebruiker
Investeringen komen voor
rekening van de eigenaar, de
huurder behaalt kostenvoordeel.
Gezamenlijk investeren en
afspraken maken over het verdelen van de opbrengsten, hierdoor zal de gebruiker sneller akkoord gaan.
Eigenaar en
gebruiker
gezamenlijk.
Risico aversie Gebouweigenaren zijn niet gewend om te investeren in duurzaamheid van bestaande
bouw.
Leveranciers moeten opbrengsten en resultaten garanderen.
Bijvoorbeeld door gebruik te maken van de diensten van een ESCO.
Beheerder,
belegger en
leveranciers (o.a.
installateurs en OEM-ers).
Onduidelijke
business case
Eigenaren en huurders kennen
de kosten, risico´s en investeringen onvoldoende voor
een weloverwogen besluit.
Snelle identificatie van het
besparingspotentieel,
gegarandeerde investeringen en
gegarandeerde opbrengsten.
Beheerder en
adviseurs.
Achterblijvende
investeringen
Kredietcrisis zorgt voor dalende
investeringen in de bouw, in 2009 een daling van 32%.
Schrijven van een objectieve en
aantrekkelijke business case met
hoge rendementen. Opzetten van een fonds voor gebouwinvesteringen.
Eigenaar en
overheid.
Onduidelijkheid
rondom
duurzaamheid
Definitie duurzaamheid en
stadia van duurzaamheid zijn
nog niet gestandaardiseerd of bekend in de markt.
Duidelijke gecontroleerde definitie van duurzame gebouwen die bekend wordt gemaakt in de markt. Opname van deze definitie in
gebouwtaxaties. Meer regels van de overheid die niet duurzaam zijn
onaantrekkelijk maakt.
Overheid ,
adviseurs en
eigenaar/
beleggers.
Schaalgrootte
duurzaamheid
Vaak moeite met rechtvaardigen
van verduurzaming van een
enkel gebouw door kleine
financiële omvang.
Groepen gebouwen of gebieden
tegelijkertijd aanpakken.
Combineren met verduurzamen
onderhoud en maincontracting.
Eigenaar/
beleggers.
Opdrachtgeverschap
in de zorg
Vroeger overheid
verantwoordelijk voor
ontwikkeling zorgvastgoed.
Betrekken van wooncorporaties
niet altijd succesvol.
Versnippering van vastgoed.
Samenwerking met corporaties,
gezamenlijk PvE, kostenreductie.
Gebruikers,
corporaties.
Gebrek aan goed
opdrachtgeverschap
en goed
opdrachtnemerschap.
In het totale proces van
verduurzaming van de bestaande bouw is er onvoeldoende goed OG-schap
en ON-schap.
Heldere beoordelingscriteria, lange termijn huurcontracten, meer
bekendheid met wat marktpartijen
bieden.
Gebruikers,
adviseurs,
leveranciers



[naar top] - [naar index]

Colofon
Dit werkprogramma is een uitgave van Platform Duurzame Huisvesting.
Platform Duurzame Huisvesting is een onderdeel van Agentschap NL.
De uitgave op papier is van 9 juni 2011
Voor informatie bij Agentschap NL klik op onderstaand plaatje:

AgentschapNL
advies, kennis of hulp bij duurzame en innovatieve projecten



voor webinformatie klik op plaatje......




De uitvoering van papier naar .html voor gebruik op internet is, met toestemming van Agentschap NL, vertaald ten behoeve van 'Facilitaire Informatie Online', door leo@hooijmans-noordwijk.nl.



[naar top] - [naar index]
DezeTekstIsVanLeoHooijmansGalileoNoordwijkFacilitaireInformatieOnline
Dit document niet uitprinten, aub. Denk aan het milieu en uw onkosten.
Wilt u het nog een keer lezen maak een bladwijzer (favoriet).
Wilt u het artikel door een ander laten lezen, stuur een link door.


mede mogelijk gemaakt door facilitaire aanbieders online

Facilitaire Aanbieders Online


voor zoeken naar producten/diensten en verenigingen
klik op foto....




 

facilitaire-informatie-online.nl ©
ingevoerd op 20 juni 2012
het laatst gewijzigd op 29-12-2012

voorwaarden voor gebruik/bezoek van deze website: klik hier....
(de kleine lettertjes, maar dan iets groter)