«« gebouw(kunde),
kantoor(concepten) & vastgoed


Van Wanden Weten


deze informatie wordt u aangeboden door interwand eibergen bv
mede mogelijk gemaakt door facilitaire aanbieders online


Interwand scheidingswanden en geluidsisolatie


Index

Voorwoord
1. Inleiding
2. Het begrip geluidsisolatie
3. Geluidsisolatie en niveauverschil
4. Gewenste niveauverschillen
5. Wandaansluitingen
5.1 Plafonds
5.2 Vloeren
5.3 Gevels
6. Wandgedeelten met geringere geluidsisolatie
7. Slot
8. Colofon
LeoHooijmansGalileoNoordwijkFacilitaireInformatieOnlineHoezo??

Voorwoord
Onderstaande informatie wordt u aangereikt door Interwand Eibergen B.V. Een overzicht van aandachtspunten als u van plan bent uw gebouw in te delen met verplaatsbare scheidingswanden. De tekst is van mei 1999, maar nog altijd actueel.
Veel plezier toegewenst met uw voorgenomen verhuizing en/of verbouwing.
Leo Hooijmans, Noordwijk, 31 maart 2009.


1 Inleiding
Als een ruimte wordt onderverdeeld in vertrekken doet men dit, opdat de gebruikers van de ruimte kunnen werken zonder elkaar te storen. Niet alleen wenst men elkaar dan niet te zien soms is visueel contact zelfs gewenst getuige de vraag naar glaswanden- maar ook wordt vrijwel altijd een bepaalde mate van akoestische scheiding tussen de vertrekken verlangd, opdat de gebruikers van de vertrekken elkaar niet horen, verstaan, of hinder ondervinden van elkaars lawaai producerende apparatuur. Ten onrechte meent men vaak, dat een voldoende mate van akoestische scheiding per definitie aanwezig zal zijn als de toegepaste scheidingswand een voldoende hoge geluidsisolatie heeft. Deze misvatting wordt in de praktijk maar al te dikwijls gelogenstraft, reden dat wij de gebruikers van onze wanden over deze problematiek zo willen informeren, dat men in staat is de juiste maatregelen te treffen om de gewenste geluidsisolatie te kunnen realiseren.

[index]

2. Het begrip geluidsisolatie
Onder de geluidsisolatie tussen twee vertrekken kan men ruwweg verstaan de mate waarin een geluid, dat in het ene vertrek wordt geproduceerd, in het andere vertrek hoorbaar is. Men maakt hierbij onderscheid tussen de isolatie voor luchtgeluid (spreken, typemachine, radio, o.d.) en contactgeluid (lopen, trillende machines, o.d.). Daar voor wanden alleen de isolatie voor luchtgeluid van belang is, zal hier met "geluidsisolatie" steeds lucht-geluidsisolatie worden bedoeld. Ook moet men onderscheid maken tussen de geluidsisolatie van een constructie, bijvoorbeeld een scheidingswand, en die van een situatie bijvoorbeeld tussen twee vertrekken, waarbij de geluidsisolatie van een scheidingswand dan ook als een constructiegegeven moet worden beschouwd. Tezamen met de geluidsisolatie via andere bouwdelen wordt de geluidsisolatie tussen de vertrekken tot stand gebracht. Om de geluidsisolatie van een scheidingswand zelf te kunnen meten, moet de invloed van andere constructies worden uitgesloten. De metingen worden daarom in speciale proefruimten uitgevoerd, zoals o.a. in het Interwand laboratorium aanwezig zijn.
In figuur 1 is de opstelling schematisch weergegeven -



Figuur 1 Proefopstelling voor het meten van de geluidsisolatie van een scheidingswand.

De proefkamers zijn trillingsvrij van elkaar opgesteld, zodat er geen geluidsoverdracht via de zijwanden, de vloer en het plafond mogelijk is. De aldus gemeten geluidsisolatie wordt aangeduid met het symbool R.
Zij wordt bepaald volgens de formule:

R = L
1 - L2 + 10 log S/ A met:
* L
1 = geluidsniveau in de zendruimte
* L
2 = geluidsniveau in de ontvangruimte
* A = geluidsabsorptie in de ontvangruimte
* S = oppervlak van de proefwand

Met de herleidingsterm 10 log S/ A wordt de geluidsisolatie onafhankelijk gemaakt van het wandoppervlak en de meestal geringe absorptie (lange nagalmtijd) in het ontvangvertrek. Hierdoor kunnen onder verschillende omstandigheden gemeten waarden met elkaar worden vergeleken.
Omdat de geluidsisolatie afhankelijk is van de frequentie of toonhoogte van het geluid wordt bij meerdere frequenties gemeten.

De geluidsisolatie wordt uitgedrukt in decibel (dB).
Ruwweg kan men stellen dat:
* bij 20 dB een fractie 0,01
* bij 30 dB een fractie 0,001
* bij 40 dB een fractie 0,0001
* bij 50 dB een fractie 0,00001 van de geluidsenergie wordt doorgelaten.

Wordt de geluidsisolatie gemeten terwijl wel geluidsoverdracht via andere bouwdelen aanwezig is, zoals in praktijkgevallen altijd het geval zal zijn, dan is dezelfde formule als bij metingen zonder omweggeluid van toepassing.
De geluidsisolatie wordt dan echter aangeduid met het symbool R
w.

Om de geluidsisolatie in één getal te kunnen uitdrukken, hanteert men de gewogen geluidsisolatie tussen 100 en 315 Hz, of de isolatie-index voor luchtdichtheid volgens NEN 1070 (symbool Ilu) welke laatste waarde uit de verschillen tussen de te beoordelen isolatie en normwaarden wordt berekend (zie figuur 13).
Om de indruk van de getalwaarde te geven zijn in tabel I de gewogen isolaties en de Iluwaarden van enkele gangbare wandconstructies aangegeven.
In tabel II zijn verder I
lu en de gewogen isolatie van enkele wandconstructies van het Interwand programma opgegeven. De waarden in beide tabellen zijn afkomstig van laboratoriummetingen.

Tabel I: Lucht-geluidsisolatie van gangbare constructies.

Constructie Ilu Rw
muur: 22 cm baksteen of kalkzandsteen,
2-zijdig afgepleisterd
0 dB 52 dB
spouwmuur: 2x11 cm baksteen of kalkzandsteen, 2-zijdig afgepleisterd 0 dB 52 dB
muur: 11 cm baksteen of kalkzandsteen,
2-zijdig afgepleisterd
-5 dB 47 dB
gasbeton, dikte 15 cm -12 dB 40 dB
gasbeton, dikte 10 cm -16 dB 36 dB
gipsblokken, of -platen, dikte 10 cm - 20 dB 32 dB
gipsblokken, of -platen, dikte 8 cm - 22 dB 30 dB
kanaalspaandeur, zonder kierdichting -26 dB 26 dB
kanaalspaandeur, met kierdichting -22 dB 30 dB
volspaandeur, dikte 4 cm, zonder kierdichting -24 dB 28 dB
volspaandeur, dikte 4 cm, met kierdichting -20 dB 30 dB
glas enkele ruit: 4 mm dik -21 dB 31 dB
glas enkele ruit: 6 mm dik -21 dB 31 dB
glas enkele ruit: 8 mm dik -20 dB 32 dB
glas dubbele ruit: 2x4 mm dik, 8 cm spouw -18 dB 33 dB
glas dubbele ruit: 2x6 mm dik, 8 cm spouw -16 dB 35 dB


Tabel II: Lucht-geluidsisolatie van Interwand scheidingswanden.

Wandtype Ilu Rw
Interstandard met gips -13 dB 42 dB
Interluxe PL M 10 -7 dB 47 dB
Interluxe PL S 10 -2 dB 51 dB
Interluxe S 0 dB 53 dB
Interselect -13 dB 42 dB
Interselect G -4 dB 49 dB
Interline M0 -8 dB 45 dB
Interline S0 -2 dB 50 dB
Interspace -9 dB 45 dB

[index]


3. Geluidsisolatie en niveauverschil
Reeds is gezegd dat de geluidsisolatie van een wand een bij de constructie behorend gegeven is. In de praktijk wordt de geluidsisolatie door de gebruikers echter beoordeeld op grond van het aanwezige geluidsniveauverschil (L
1 - L2 , zie formule in 2) tussen de vertrekken.

Behalve de isolatie van de scheidingswand zijn hierop ook de volgende factoren van invloed:
* Het wandoppervlak. Is dit relatief groot, dan is het niveauverschil relatief gering.
* De geluidsabsorptie in de vertrekken. Bij weinig absorptie, dus met veel nagalm is het niveauverschil relatief gering. Ook klinkt dan in het zendvertrek de geluidbron luider, waardoor de buurman nog meer hoort.
* Flankerende geluidsoverdracht via belendende constructies. Hoe meer, des te geringer het niveauverschil.
* Geluidsoverdracht via delen in de wand met afwijkende constructie, zoals glasstroken, deuren of aansluit-constructies.
* Geluid overdracht via kieren en spleten, die uiteraard in de wanden worden vermeden doch in andere bouwconstructies mogelijk aanwezig kunnen zijn en waardoor het niveauverschil relatief gering zal zijn.

[index]


4. Gewenste niveauverschillen
Het niveauverschil dat in een bepaalde situatie wordt gewenst hangt uiteraard nauw samen met de wijze waarop de vertrekken worden gebruikt. Ook zijn van invloed de hoeveelheid geluidsabsorptie in de vertrekken, zoals reeds is genoemd en het achtergrondlawaai, b.v. verkeersgeluid of het geruis van ventilatoren, dat geluid dat vanuit andere vertrekken doordringt kan maskeren.
In tabel III zijn globale waarden van het gewenste niveauverschil aangegeven. Deze waarden gelden voor normaal galmende vertrekken, waarin een geluidsabsorberend plafond aanwezig is en bij normaal achtergrondgeluid. In galmende vertrekken en in een zeer stille omgeving zijn hogere waarden wenselijk; met veel storing-lawaai, b.v. druk stadsverkeer door eenvoudige gevel, kan met lagere waarden worden volstaan.

Tabel III: Gewenste geluidsisolatie in verschillende situaties.

Situatie Ilu Rw
Kantoren: - -
tussen privacy-vertrekken -10 dB 42 dB
tussen vertrekken
(normale gesprekken niet verstaanbaar)
-15 dB 37 dB
tussen vertrekken en gangen -25 dB 26 dB
tussen privacy-vertrekken en gangen -20 dB 32 dB
Scholen: - -
tussen leslokalen -10 dB 42 dB
tussen leslokalen en gangen -20 dB 32 dB
Ziekenhuizen: - -
tussen eenbedskamers 0 dB 52 dB
tussen meerbedskamers -10 dB 42 dB
tussen kinderzalen -15 dB 37 dB

[index]


5. Wandaansluitingen
In deze paragraaf zullen verschillende wandaansluitingen en hun consequenties t.a.v. de geluidsisolatie worden besproken.

[index]


5.1 Plafonds
Voor zover de wanden kunnen aansluiten op het bouwkundig plafond kunnen er alleen problemen ontstaan als dit plafond zo onregelmatig is, dat geen goede afdichting kan worden gerealiseerd, of als er direct tegen aan poreuze materialen ( b.v. Herakustik) zijn aangebracht, waardoorheen geluidsoverdracht mogelijk is. Tegenwoordig zijn echter verlaagde plafonds gebruikelijk. De geluidsoverdracht via dergelijke plafonds kan op verschillende manieren plaatsvinden, zoals in figuur 2 is aangegeven.



Figuur 2. Mogelijke geluidsoverdracht-wegen via een verlaagd plafond.
1. luchtgeluidsoverdracht via plafondplaten en het plenum.
2. overdracht van buiggolven via de plafondplaten of de ophang-constructie.
3. luchtgeluidsoverdracht via poreus plafondmateriaal.
4. luchtgeluidsoverdracht via een mogelijke kier tussen wand en plafond.

Indien de geluidsoverdracht via het plafond even groot is als die via de wand dan wordt het niveauverschil tussen de vertrekken hierdoor al enigszins beïnvloed (ongeveer 3 dB). Zeker is dit het geval als de geluidsoverdracht via het plafond groter is dan via de wand. Is de overdracht via weg 1 groot, dan moet de wand door het verlaagde plafond tot op het bouwkundige plafond worden doorgezet, eventueel in de vorm van een afschotting, zoals in figuur 3 is aangegeven.



Figuur 3
a. Wand doorgezet tot op het bouwkundige plafond.
b. Afschotting tussen verlaagd en bouwkundig plafond.

De afschotting of het wandgedeelte boven het verlaagde plafond moet rondom en op doorgaande leidingen en kanalen luchtdicht aansluiten om geluidsoverdracht via kieren te voorkomen. Zijn er veel kanalen of leidingen dan is dit niet of slechts tegen hoge kosten mogelijk. Men realiseert zich echter dat een niet goed afgedichte afschotting nauwelijks beter is dan helemaal geen afschotting. Is goed afdichten onmogelijk dan moet een plafond toegepast worden, dat zelf een voldoend grote isolatie heeft.
De geluidsisolatie, die een eventueel toe te passen afschotting moet hebben, wordt bepaald door het niveauverschil, dat moet worden bereikt en de isolatie die het plafond zelf al heeft. Om in een bepaald geval de juiste afschotting te kunnen kiezen zijn in tabel IV verschillende plafonds en afschottingen voorzien van een waarderingsnummer voor geluidsisolatie.
De som van waarderingsnummers van plafond en afschotting moet tenminste bedragen:
* 1, voor niveauverschillen van 20 tot 25 dB (wanden met kanaalspaandeur)
* 2, voor niveauverschillen van 25 tot 30 dB (wanden met volspaandeur)
* 3, voor niveauverschillen van 30 tot 35 dB (spaanplaat- en glaswanden)
* 4, voor niveauverschillen van 35 tot 40 dB (Interselect)
* 5, voor niveauverschillen van 40 tot 45 dB (Interluxe PL-SW, Interline S0)
* 6, voor niveauverschillen van 45 tot 50 dB (Interluxe S, Interselect B60)

Tabel IV: Waarderingsnummers van plafonds en afschottingen

Constructie Waarderingsnr.
Plafonds: -
geperforeerd gips- of metaalplaten, lamellen- en schrootjes-plafonds met spleten, alle zonder mineraal woldeken 0
idem met mineraal woldeken 1
poreuze plafondmaterialen, b.v. Herakustik 1
gesloten plafondplaten, gewicht kleiner dan 3,5 kg/m2
b.v. glaswolplaten met pvc-coating
1
geperforeeerde gipstegels met mineraalwol 1
systeemplafonds met gesloten plafondplaten, gewicht ca. 3,5 tot 7 kg/m2, bijv. mineraalvezel- of microporplaten 2
idem met erop een 3 cm mineraalwoldeken 3
niet onderbroken, gesloten plafondplaten, gewicht groter dan 7 kg/m2, bv. gipskartonplaten, al of niet met mineraalwol erop 3
systeemplafonds met gesloten plafondplaten, gewicht groter dan 7 kg/m2 3
idem, met erop een 3 cm dikke mineraal woldeken 4
Afschottingen: -
geen afschotting of alleen een drukstuk 0
enkele afschotting van gipskarton- of spaanplaat 1
dubbele afschotting van gipskarton- of spaanplaat,
5 cm spouw gevuld met mineraalwol
3
massief hout, ca. 7 cm dik 3
dubbele afschotting van 12,5 mm gipskartonplaat, tenminste 10 cm spouw, gevuld met mineraalwol (figuur 4) 4


Indien afschottingen boven kamerscheidende wanden (dwarswanden) moeten worden aangebracht, moeten boven de gangwanden ook tenminste enkelvoudige afschottingen worden aangebracht, om geluidsoverdracht via de open ruimte boven het gangplafond te vermijden.



Figuur 4. Plafondafschotting voor isolatie groter dan 40 dB.
1. 12,5 mm gipskarton
2. Vulhout alleen aan de randen aan gipskartonplaten bevestigd
3. Mineraal-wolvulling

Plafonds met waardering 3 en hoger zakken tot waardering 2 indien er roosters of geperforeerde verlichtingsarmaturen in zijn opgenomen, die in open verbinding staan met het plenum, tenzij hierop geluiddempers worden aangebracht.

Poreuze plafondmaterialen moeten t.p.v. de wandaansluiting door de afschotting of een profiel worden onderbroken, anders vindt geluidsoverdracht via het plafondmateriaal plaats.
Schrootjes-, lamellen- en antisone-plafonds (antisone is spaanplaat met groeven) moeten indien de wanden loodrecht op de spleetrichting staan eveneens door de afschotting worden onderbroken, omdat anders geen goede afdichting tussen wand en plafond mogelijk is.
Bij systeemplafonds moeten wanden in principe op een plafondprofiel aansluiten, omdat de plafondplaten door het afdichtingsmateriaal opgelicht worden.

[index]


5.2 Vloeren
Als de wanden aansluiten op massieve vloeren kunnen alleen problemen ontstaan indien hierop een hoogpolig tapijt, dikker dan ca. 10 mm is aangebracht, dat onder de wanden doorloopt. Er kan dan geluidsoverdracht via het poreuze tapijt plaatsvinden. Met behulp van een U-profiel onder de wanden kan dit worden vermeden (figuur 5).



Figuur 5. Wandaansluiting op dik tapijt

Worden wanden aangebracht op doorlopende zwevende dekvloeren, dan wordt het niveauverschil tussen de vertrekken beperkt door flankerende geluidsoverdracht via deze dekvloeren tot 35 à 40 dB met dekvloeren van beton of synthetisch anhydriet (gips) en tot 40 à 45 dB met dekvloeren van gietasfalt.
De bereikbare geluidsisolatie is in figuur 6 in grafiekvorm weergegeven.



Figuur 6.
Maximaal mogelijke geluidsisolatie als functie van de frequentie tussen vertrekken bij toepassing van doorlopende zwevende dekvloeren van beton. Gewogen isolatie 41 dB. I
lu - 11 dB

Om de vorm van geluidsoverdracht te verminderen moeten betonnen dekvloeren op plaatsen waar scheidingswanden komen of kunnen komen worden onderbroken, zoals in figuur 7 is weergegeven.



Figuur 7. Het onderbreken van een zwevende dekvloer ter plaatse van een scheidingswand

Men kan zich overigens afvragen of het toepassen van zwevende dekvloeren met name in kantoorgebouwen wel zinvol is, zeker als een enigszins veerkrachtige vloerbedekking zoals naaldvilt of PVC of vilt wordt toegepast. Past men ze toe, dan is loopgeluid van boven weliswaar onhoorbaar, maar vanuit naastgelegen vertrekken kan dat juist luid en hinderlijk zijn.
Moeten wanden op houten vloeren worden aangebracht, dan is over het algemeen geen hoger niveauverschil dan 30 à 35 dB mogelijk. Het minst ongunstig is het indien de wanden op de vloerbalken kunnen worden geplaatst (figuur 8). Hetzelfde doet zich voor bij zogenaamde computervloeren, die dan ook nog openingen hebben t.b.v. de luchtbehandeling.



Figuur 8. Geluidsoverdracht via houten vloeren.
a. wand tussen of loodrecht op de balken: geluidsoverdracht via de holle ruimte en overdaad van buigtrillingen via de vloerdelen.
b. wand op een vloerbalk: alleen overdracht van buiggolven.

[index]


5.3 Gevels
Bij de aansluitingen van wanden tegen de gevel, doen zich veel problemen voor als gevolg van het feit dat de gevel vaak vóór de kolommen van de draagconstructie wordt gebouwd. Zijn de kolommen in de gevel opgenomen, dan kunnen de wanden met een goede kierdichting direct hier tegenaan worden gebouwd, zonder gebruik te maken van een speciaal tussenstuk (figuur 9).



Figuur 9. Geluidstechnisch gunstige wandaansluiting op een gevelkolom.

Bij zogenaamde gordijngevels worden vaak zeer dunne gevelstijlen toegepast waardoor de mogelijke dikte van de passtukken beperkt is (figuur 10). Om toch voldoende geluidsisolatie te kunnen realiseren moeten dan speciale meestal duurdere passtukken worden toegepast. In figuur 11 zijn enkele passtukken weergegeven die door Interwand kunnen worden gerealiseerd en waarmee niveauverschillen van 35 tot 40 dB mogelijk zijn.



Figuur 10. Geluidstechnisch ongunstige wandaansluiting op een dunne gevelstijl.



Figuur 11. Enkele door Interwand te leveren gevelaansluitingen met redelijke geluidsisolatie.
a. 2x gipskarton- of spaanplaat met mineraalwolvulling. Dikte 75 mm.
b. 2x 1 mm staalplaat met mineraalwolvulling. Dikte 55 mm.
c. 2x triplex met mineraalwolvulling en loodfolie. Dikte 45 mm.

Bij toepassing van gordijngevels is een gewogen geluidsisolatie groter dan 37 tot 42 dB nauwelijks mogelijk, ook al wegens de grote mate van flankerende geluidsoverdracht via de gevel.
Een ander probleem bij gevelaansluitingen doet zich vrijwel altijd voor als gevolg van het grote aantal leidingen en kanalen, dat door de wand of het passtuk moet worden gevoerd, met name als voor de klimaatregeling induktie-apparaten worden toegepast. Om een goede geluidsisolatie te verkrijgen, is het absoluut noodzakelijk, dat in de convectorkasten een afschotting wordt aangebracht, die rondom en op de doorgaande leidingen goed wordt afgedicht.
Alleen opvullen met mineraalwol is beslist onvoldoende. Zijn er niet teveel leidingen en kanalen, dan kan met een afschotting uit dubbel gipskarton- of spaanplaat met mineraalwol ertussen, een redelijk resultaat worden bereikt.

Het is ook mogelijk een afschotting te vervaardigen van gips, dat gegoten wordt tussen twee plaatjes polystyreenschuim, dat gemakkelijk rondom de diverse leidingen gecontramald kan worden. De dikte van het gips moet dan ca. 10 cm bedragen. Soms is het zelfs in het geheel niet mogelijk, om een akoestische barrière in de omkasting aan te brengen, omdat juist op de plaats daarvan afsluiters, thermostaten en expansiebochten aanwezig zijn. Ook hierbij geldt, dat de isolatie tot 37 à 42 dB beperkt zal zijn, zelfs bij toepassing van wanden met veel hogere geluidsisolatie, mede door onvermijdelijke geluidsoverdracht via de inductie-apparaten en het meestal zeer licht uitgevoerde luchttoevoerkanaal (figuur 12).



Figuur 12. Mogelijke geluidsoverdracht-wegen via inductieapparaat-omkastingen.
1. Via inductieapparaten en lucht-toevoerleiding.
2. Via dunne wand van de luchttoevoerleiding.
3. Via de akoestische barrière, rondom en bij leidingdoorvoeringen.
4. Via onvermijdelijke spleten en kieren in de barrière, rondom en bij leidingdoorvoeringen.
5. Via de kabelgoot.

[index]


6. Wandgedeelten met geringere geluidsisolatie.
Uiteraard wordt de geluidsisolatie van een wand nadelig beïnvloed indien er gedeelten met minder grote isolatie, zoals deuren, glasstroken, of slecht isolerende passtukken, in zijn opgenomen. Men kan de resulterende isolatie met behulp van figuur 13 bepalen.

Passtukken zijn in 4.3 al ter sprake gebracht.
De geluidsisolatie-waarden van enkele typen deuren zijn in tabel I vermeld.
Een normale kanaal-spandeur heeft een isolatie van omstreeks 26 dB. Wordt zo'n deur in een wand met normale afmetingen (ca. 15 m2) opgenomen, dan is, ongeacht de isolatie van de wand zelf, een isolatie van ten hoogste ca. 26dB haalbaar. Met volspaan-deuren en kierdichting is aldus ca. 32 dB mogelijk, met speciale studiodeuren met knevel-sluitingen of met dubbele deuren en een geluidsabsorberende sluis zijn hogere waarden van de geluidsisolatie mogelijk.

Men zij derhalve voorzichtig met het toepassen van deuren tussen vertrekken, indien hoge eisen aan de geluidsisolatie worden gesteld. Is het toch noodzakelijk, dan moeten speciale deuren met goede kierdichting worden toegepast. Het heeft verder geen zin de relatief toch zwakke isolatie van de deur te compenseren door een wand met hogere geluidsisolatie, zoals de typen Interluxe S, Interselect B 60 toe te passen.

Hetzelfde is het gesteld met glasstroken. Deze hebben wegens het noodzakelijk ontbreken van de geluidsabsorberende spouw-vulling altijd een minder hoge geluidsisolatie dan de bijbehorende gesloten wandgedeelten. Een discussiepunt is het toepassen van enkele of dubbele beglazing. Als scheiding tussen vertrekken, waarbij de isolatie in het frequentiegebied van 250 tot 2000 Hz maatgevend is, verdient het toepassen van dubbele beglazing met dunne ruiten de voorkeur. Met enkele beglazing is de mogelijke isolatie van de glasstrook beperkt tot een Ilu -waarde van omstreeks -20 dB, als gevolg van de ongunstige invloed van de buigstijfheid (coïncidentie-effect), die bij dikkere ruiten optreedt.

Met tweemaal 4 mm glas en een spouw van 8 cm wordt al een I
lu -waarde van -16 dB bereikt.
In de grafiek van figuur 13 zijn de geluidsisolatie-waarden als functie van de geluidsisolatie-waarden van de frequentie van een aantal glascombinaties opgegeven. Duidelijk valt bij de dikkere ruiten de ongunstige invloed van de buigstijfheid op, waardoor de I
lu -waarde beperkt blijft tot ca. -20 dB.



Figuur 13 Luchtgeluidsisolatie van beglazingen.
* curve 1: 4 + 4 mm I
lu-18 dB Rw + 33 dB
* curve 2: 4 + 6 mm I
lu-16 dB Rw + 35 dB
* curve 3: 4 mm I
lu-22 dB Rw + 31 dB
* curve 4: 6 mm I
lu-23 dB Rw + 31 dB
* curve 5: Normwaarde NEN 1070
* curve 6: Normwaarde NEN 717-1

[index]


7. Slot
Wij hebben getracht u in dit artikel enigszins wegwijs te maken in de voor u misschien moeilijke materie over geluidsisolatie. Wij hopen dat u hierdoor in staat zult zijn om in uw project tezamen met onze wanden een bevredigende geluidsisolatie te realiseren. Mochten er toch nog vragen zijn, dan kan onze vertegenwoordiger of projectleider deze wellicht beantwoorden. Zo niet, dan kan onze akoestische adviseur u zeker van dienst zijn.

[index]


8. Colofon
Versie 1. dd 3 mei 1999
Copyright Interwand B.V. Postbus 4, 7150 AA Eibergen, Nederland
+31 54 543 8400, info@interwand.nl, www.interwand.nl
Bewerkt door Leo Hooijmans met toestemming van ing. Hendrik Warnar, productmanager Interwand Eibergen B.V.

[index]
[top^^]

LeoHooijmansGalileoNoordwijkFacilitaireInformatieOnlineHoezo??
Dit document niet uitprinten, aub. Denk aan het milieu en uw onkosten.
Wilt u het nog een keer lezen maak een bladwijzer (favoriet).
Wilt u het artikel door een ander laten lezen, stuur een link door
.



deze informatie wordt u aangeboden door interwand eibergen bv
mede mogelijk gemaakt door facilitaire aanbieders online

facilitaire vakbeurs online
nog nooit wat adverteren zó doelgericht en zó lang houdbaar!
365 dagen per jaar/24 uur per dag.


voor presentatie klik op plaatje.....
(1107-01 )

facilitaire-informatie-online.nl ©
ingevoerd op 31 maart 2009
het laatst gewijzigd op 3-07-2013

voorwaarden voor gebruik/bezoek van deze website: klik hier....
(de kleine lettertjes, maar dan iets groter)